Eenheid en verscheidenheid

1990-08-31
  • Jaargang 34
  • nummer 18
Of we het willen of niet, we kunnen ons niet veel langer blind houden voor de feitelijkheid dat er ook in eigen kring verschillen zijn. Grote verschillen soms, en niet altijd over onbelangrijke zaken. Als het gaat over de vrouw in het ambt, kinderen aan het avondmaal en de rol en functie van de predikant, dan komen broeders en zusters soms vrij scherp tegenover elkaar te staan.

Het is wel goed om daarbij het historisch perspectief in het oog te houden.
Er zijn in onze tijd niet veel eensgezinde bolwerken meer over, en dat heeft alles te maken met de ontwikkelingen in onze cultuur: ontzuiling, secularisatie, individualisatie.
Zelfs de evangelische wereldnaar buiten toe een duidelijke groep gelijkgestemden lijkend - blijkt in een recent onderzoek op allerlei belangrijke punten van mening te verschillen'. Misschien dat in de gereformeerde orthodoxie nog enkele kerken de eenstemmigheid weten te bewaren, maar vaak gaat dat dan ten koste van het leven in deze wereld. In het isolement zoeken zij hun kracht, maar het aldus samengeklonterde zout is voor de wereld onbereikbaar.

Is het dan nog wel mogelijk om als kerk in deze wereld eenstemmig en eenvormig te zijn? Vermoedelijk zal dat alleen lukken wanneer men zich in sterke mate isoleert, en dus in wezen de tijd en situatie waarin men leeft negeert. Wie rekening houdt met de voor iedere gelovige en iedere gemeente verschillende leefsituatie, en wie dan juist in die situatie het evangelie wil verwoorden en zijn geloof wil verantwoorden vanuit het evangelie, die zal in elke situatie tot een eigen keuze moeten komen

Gelijkheid wenselijk?
Overigens is het ook de vraag of verregaande gelijkheid wenselijk is.
Dat zou namelijk betekenen dat het evangelie als zodanig een eigen vormgeving aandraagt die los van tijd en situatie gegeven is. Dit abstracte evangelie met haar concrete vormgeving geldt dan in onze tijd en situatie precies zo als in andere tijden, bijvoorbeeld de Bijbelse. Dat ontdekken we in de Bijbel echter nergens. De HEERE heeft zich niet geopenbaard in eeuwige tijdloze dogma's, maar in de geschiedenis van een bepaald volk in een bepaalde tijd en situatie. Vandaar dat we in de Bijbel zelf een historische ontwikkeling zien op allerlei punten, inclusief het beeld waarin de HEERE Zelf zich openbaart. Wat in een bepaalde tijd en situatie aanvaardbaar lijkt wordt elders sterk afgewezen. Wat door de ene Bijbelschrijver wordt veroordeeld onder de leiding van de Heilige Geest wordt door de andere Bijbelschrijver onder leiding van diezelfde Geest toegestaan. Wie bijvoorbeeld Paulus en Jacobus met één stem wil laten spreken over de verhouding van rechtvaardiging en goede werken komt in de problemen", omdat hij de verscheidenheid binnen de eenheid van de Heilige Schrift miskent. Wie één boodschap zoekt van kaft tot kaft ontkent feitelijk het
karakter van Gods Woord als openbaring in de geschiedenis.

Zo is het mogelijk een Bijbels pleidooi te voeren voor kerkelijke verscheidenheid in verschillende tijden en situaties. Toch mogen we dat nooit loskoppelen van het Bijbels pleidooi voor kerkelijke eenheid.
Eenheid zonder verscheidenheid is onbijbels en verstikkend; verscheidenheid zonder eenheid is onbijbels en verwarrend. Beide houdingen halen ons uit de gezonde spanning van het evenwicht; van beide houdingen zien we ook in de kerken om ons heen voorbeelden te over. Die vaststelling moet ons niet brengen tot arrogante zelfgenoegzaamheid, maar tot zelfonderzoek om dat evenwicht te vinden. Het lijkt mij toe dat we daarin ook trouw zijn aan de ontstaansgeschiedenis van onze kerkgemeenschap: trouw vasthouden aan de waarheid van Gods Woord, open voor de situatie waarin we leven.

Vertaling naar de praktijk
Wanneer we die principes willen vertalen naar de kerkelijke praktijk betekent dat in de eerste plaats dat we in gesprek zijn. Dat gesprek moet mijns inziens op drie niveaus plaatsvinden.
Het eerste en fundamentele gesprek is het gesprek met de Schrift. We willen ons laten gezeggen door de Heilige Geest zoals die vooral ook door de Bijbel tot ons spreekt. Daaraan moet al ons handelen getoetst en genormeerd worden, omdat we alleen in de waarheid van het evangelie het anker voor onze eenheid kunnen vinden.

Opnieuw moet daarbij gezegd worden dat dit gesprek niet kan plaatsvinden in het luchtledige: er dient tegelijk een gesprek te zijn met de tijd en situatie waarin we leven. We zijn niet van deze wereld, maar we zijn wel in deze wereld". In die situatie waarin we leven willen en moeten we christen zijn en ons geloof verwoorden en verantwoorden.
Daardoor komen we onherroepelijk tot de verscheidenheid, omdat de situatie voor elk van ons verschillend is. Jongeren leven in een andere wereld dan ouderen; predikanten hebben een andere leefsituatie dan hun gemeenteleden, alleen al omdat de laatsten veelal fulltime onder andersdenkenden leven en werken; huisvrouwen hebben een andere wereld dan fulltime buitenshuis werkenden; werklozen en gehandicapten weer een andere dan studenten of renteniers; alleenstaanden leven anders dan gehuwden of thuiswonende kinderen, etcetera.
leder van ons heeft een eigen situatie waarin het geloof moet worden beleefd. Bovendien is er ook op kerkelijk niveau een groot verschil in leefwereld en -cultuur te zien. De Alblasserwaard is de Bijlmer niet en de Veluwe is anders dan Limburg en weer anders dan 'donker Noord-Holland'.
Hechte dorpsgemeenschappen functioneren ook kerkelijk andersdan geïndustrialiseerde en gefragmenteerde (forenzen)steden, waar het sociale systeem niet langer een eenheid is, maar waar men voor elk aspect van het leven (sport, school, werk, geloof, familie) andere mensen ontmoet. Het gaat hier niet om een waardering van wat beter is, maar om de neutrale vaststelling van de verschillen. Wie dan overal gelijkvormige en gelijkdenkende kerken en gelovigen wil zien zet dit noodzakelijke gesprek met de situatie stil.

Voorwaarden voor het gesprek
Om in de verscheidenheid de eenheid te kunnen bewaren is het derde gesprek onontbeerlijk. Dat is het gesprek met elkaar. Dit gesprek zal zowel binnen de gemeente, tussen gemeenten van ons kerkverband en tussen onze kerken en andere kerken moeten plaatsvinden. Om een opbouwend gesprek mogelijk te maken is het volgende nodig:
- De overeenstemming over de fundamenten van het christelijk geloof.
Waar dat ontbreekt is eenheid onmogelijk en een gesprek over de verscheidenheid zinloos. Ik ben er van overtuigd dat deze overeenstemming in onze kerken ruimschoots aanwezig is. Dat maakt het gesprek mogelijk en de moeite waard.
- De vooronderstelling dat onze gesprekspartner even eerlijk en serieus zoekt naar Gods weg in zijn of haar situatie. Zonder dit uitgangspunt ontbreekt het respect en is elk gesprek gedoemd te blijven steken in wederzijdse veroordelingen.
- De durf om het gesprek aan te gaan. Het lijkt veiliger in de kring van het eigen gelijk te blijven hangen om daar bevestigd te worden.
We zullen de liefde nodig hebben om elkaar überhaupt te zoeken, verschillen ter sprake te brengen en ook vragen en kritiek op een zorgvuldige manier te uiten. Als dit ontbreekt zullen we in verschillende kampen uit elkaar vallen.
- De openheid voor de mogelijkheid dat Gods Geest onze broeder en zuster in hun situatie een andere weg wijst dan ons in onze situatie.
Arrogantie en zelfgenoegzaamheid passen een christen niet. Wat voor de een ondenkbaar is kan voor de ander een weg van geloofsgehoorzaamheid zijn.
- De bereidheid om niet alleen te praten over concrete verschilpunten, maar vooral te zoeken naar de achterliggende geloofskeuzen. Dan kunnen we ontdekken dat onze verschillende keuzen gebaseerd zijn op liefde voor en luisteren naar Gods Woord. Als we zo afsteken naar de diepte zullen we ook elkaars vroomheid (in de goede zin van het woord) op het spoor komen en zien dat de eenheid de verscheidenheid omvat en begrenst.
- Boven alles: De wil om samen te gaan luisteren naar en studeren in Gods Woord als norm en leidraad voor ons leven. Niet om elkaar de eigen interpretatie van dat Woord op te dringen, maar om elkaar in liefde aan te scherpen en hand in hand Gods weg te leren gaan.

Als dit gesprek op drie niveaus mogelijk is zullen we waarlijk kerk kunnen zijn. Want de ware kerk is één, maar ze draagt geen uniformen.

1 H.C. Stoffels, Wandelen in het licht, uitg. Kok 1990
2 Romeinen 3:28/ Jacobus 2:24
3 Johannes 17

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief