Waarzeggende dromen
1990-09-14
Zo lang het u niet verveelt gaan we nog even door over dromen. En dan over dromen, die ons helpen, voorbereiden, voorlichten. Daarbij hopen we dat het meer en meer duidelijk wordt: occulte zaken zijn bedekte, gesluierde zaken; ontdek ze en ze zijn niet meer occult. En alles wat ont-dekt is kan beoordeeld worden: is het goed of kwaad? Dromen kunnen een goede gave Gods zijn.- Jaargang 34
- nummer 19
"Maar de mens let er niet op", zei Job.
1. Een zieke mevrouw In onze omgeving kennen we een echtpaar van middelbare leeftijd. Hij is deels een geleerde, deels een zakenman, keurige, sympathieke vent. Zij is een levenslustige knappe vrouw-en-moeder, aziatisch trekje, zeer intelligent.
Deze mevrouw is sinds enkele maanden ziek. Ze weet dat ze ongeneeslijke kanker heeft, te laat ontdekt, laatste stadium.
Het is rustig in haar huis. Het gezin tracht alles zelf voor Moeder te doen, zo weinig mogelijk aan vreemden over te laten. Zelf is ze ook rustig en tevreden. En opgewekt! Ze vindt de pijn tot nu toe redelijk, ordent haar zaken, denkt vooruit voor haar gezinstoekomst en is niemand tot last.
Deze rust - zegt haar man - is het gevolg van herhaalde visioenen en dromen, die haar vanaf haar jeugd duidelijk maakten, dat ze jong zal sterven. En om nog duidelijker te zijn: "ze wist te zullen sterven in een huis, omringd door blauwe regen".
Welnu, rondom haar huis bloeit de blauwe regen. Bijgelovige mensen zouden verhuisd zijn, zij niet. Zij is bereid. Als u dit leest is het
vermoedelijk voorbij.
2. Het zieke meisje Jaren geleden was een klein meisje ziek, ernstig ziek, steeds zieker. De ouders baden, of ze het mochten behouden - als dat in Gods raad kon bestaan. Maar ze moesten de groeiende mogelijkheid onder ogen zien, dat de Heere het anders met hen voor had.
Niemand sprak met het kind over sterven. Waarom ook ruwen wellicht ontijdig het kind problemen voorzetten, die volwassenen niet konden oplossen? Ze was gedoopt, hield van de Heiland en zong met haar zwakke stemmetje over Hem... zodat het de ouders vertroostte.
Op een dag werd ze wakker na een boze droom. Ze had gedroomd dat "die zwarte man, die altijd kwam zeggen wie er sterven ging", (het was in de tijd van de aanspreker) het huis was ingekomen en zijn hand op haar rugje had gelegd. Ze had om haar Moeder geroepen en de zwarte man was weggegaan.
Nu Moeder er was kon die de kans van sterven eerlijk met haar bespreken.
Waarbij de goede vooruitzichten werden opgewogen tegen het verdriet en nadeel. Iemand zei later: duidelijk heeft de Heere haar rijp gemaakt voor haar toekomst, zij het met inbegrip van het kinderlijk misverstand over de aanspreker.
3. Het zoekgeraakte dossier Het derde geval is onlangs uw schrijver overkomen. Het is niet direct een droom, althans geen nachtdroom. Maar wel een openbaring die in deze reeks kan worden geplaatst.
Sedert enige tijd was ik in correspondentie geraakt met een lezeres van ons blad. Een die een benijdenswaardige kennis van Gods Woord heeft en de Heere van harte is toegedaan.
Die correspondentie vond ik het bewaren waard; ik legde er een ringrugband voor aan, want moest er op kunnen teruggrijpen.
Op een dag was deze ringband verdwenen, volkomen weg!
Nu kon wijlen mijn Schoonmoeder zeggen: "wat het huis verliest vindt het huis terug." Het werd dus zoeken, eindeloos zoeken, binnen de grenzen van het huis. De band had, met een andere band, in een verloren hoekje tussen een kast en muur gestaan. Hád gestaan. Dagen lang werd dat zoeken, langs alle boekenplanken, alle kasten, alle laden van mijn overvolle kamer (kruising van muziek-, jacht-, en werkkamer, annex bibliotheek). Eenmaal, andermaal, ten derden maal.
Mijn Vrouw vroeg: wat ben je toch aan het zoeken?
- Een gele ringband, correspondentie met mevrouw X, foetsie!
- Heb je die ook aan mevrouw Y uitgeleend?
- Nee, wel een of twee brieven eruit, niet de map.
- Bel haar toch eens op.
- Nee, zei mevrouw Y, die map heb ik nooit gezien, wel een brief mogen lezen. Maar staat die map niet tussen de grote kast en de muur?
- Dat was de plaats ja, knap geraden, maar daar staat hij nu niet.
- Hebt u er alom gebeden?
- Wel over gedacht, maar ik durf voor zo'n onbenullige ringband de Heere God niet lastig te vallen.
- Durf ik ook niet. Maar dan vraag ik excuus voor de onbenulligheid en vraag of niet een engel even mag helpen.
Lieve lezers, ik heb deze raad opgevolgd.
Wakker liggend heb ik de zaak opgebiecht op het hoogste niveau, excuus gevraagd voor de onbenulligheid en gevraagd of niet msschien een engel me even kon helpen ..
Toen ik opgestaan, gekleed en geschoren was, ben ik eerst naar mijn werkkamer gegaan. Ik vroeg me vagelijk af waarom. Bij de deur bleef ik staan, deed een stap naar links, bukte en trok de onderste lade van een muziekkast je open, nam daaruit de linker stapel muziek en vond daaronder de gele map. Dit alles in minder tijd dan nodig is om dit te lezen.
Vraag nu niet: hoe kwam die map op die plaats?! Zo'n vraag geldt weer de techniek van het zoekmaken en die is niet belangrijk. (Moet u het toch weten: wellicht had ik onlangs een muziekje nodig, heb de betreffende stapel al zoekende even ergens op gelegd en daarna de hele stapel, inclusief het dossier, teruggelegd.) Maar niet het verliezen is belangrijk - het weervinden; van de penning, van het schaap, van de verloren zoon!
4. Laat me hier nog een verhaal aan toevoegen, dat evenmin als nr. 3 een droom is geweest, maar wel evenzeer een overgang vormt naar de helderziendheid, die we straks hopen te behandelen.
Dit 4e geval is in dit blad al eens vermeld (Opb. 11-8-1972). Ik had voor een artikel de juiste tekst nodig van Mozes' slaan op de rots; het was in de tijd dat we nog geen Trommius konden kopen. Na herhaaldeijk Mozes' boeken te hebben doorgekropen, zonder het te vinden, vroeg mijn Vrouw: "waar zoek je toch naar?"
- "Naar de geschiedenis van Mozes, die op de rots sloeg in plaats van te spreken". - "Geef mij de Bijbel eens". - Ze sloeg die open en las prompt voor: "Toen hief Mozes zijn hand op - kijk, Numeri 20, daar viel de Bijbel open!".
5. Evaluatie Nu sluiten we niet af zonder het voorgaande te evalueren. De zieke mevrouw was levenslang voorbereid op een jong sterven. Ze had er haar gezin mee vertrouwd gemaakt. Het gaf haar geen onrust, geen angst; alleen moederlijke, huisvrouwelijke zorg om haar zaken op tijd te regelen.
Is dat genade van boven of niet?
Het zieke meisje kreeg een zachte voorbereiding, dat ze bevorderd zou worden: uit de wachtkamer naar de feestzaal. Is dit een zaak van occultisme - of de stem van de grote Kindervriend?
De waardevolle map is terecht. Is het gebedsverhoring? Of is het 'maar' een helder ogenblik, beter gezegd een moment van helderziendheid?
Of... heeft een engel mij geleid? Er is nog een mogelijkheid: dat alle drie vragen met ja mogen worden beantwoord.
En... de Bijbel viel open op de gezochte plaats. Routine van mijn Vrouw? Handigheid? 'Toeval'? - Of gaf een engel even een voorzet je?
Er zijn vrome generaties geweest, die Gods stem 'zochten' in het toevallig openvallen van de Bijbel; maar dat was een spelletje, waarin de Heere vermoedelijk niet meespeelde.
Toch telden Mozes' boeken in onze trouwbijbel 246 pagina's; dat het Boek open viel op pagina 182 was toch geen toeval, wel?
Dan gaan we nog eens spreken over helderziendheid. Misschien ook over gedienstige geesten. En over 'toeval'.
Over telepathie en magnetisme.
Heel misschien ook over paradijselijke visioenen. Allemaal zaken uit Gods schepping, zienlijke en onzienlijke dingen. Waarover wij als onderkoningen gesteld Zijn.