Tussen kerk en keuken
1990-09-14
Prediker- Jaargang 34
- nummer 19
"Geef me de Bijbel eens aan Reinier,"
zei mijn man na het eten.
"Welke ... en waarom moet ik altijd de Bijbel pakken," murmureerde Reinier, "Janneke zit er ook dicht bij."
"Dat horen jongste kindertjes gewoon te doen," wist Janneke hem te vertellen.
"Groot Nieuws'" negeerde mijn man de uitlatingen van onze kinderen en Reinier overhandigde hem gehoorzaam de Bijbel in omgangstaal.
Mijn man sloeg Prediker op en begon te lezen: Prediker 7 vanaf vers 23. Nu zal ik u eerlijk vertellen, dat in dat gedeelte een paar teksten staan die ik bepaald niet boven mijn bed zal hangen.
Met name de vertaling van vers 28 ('t was me in de gewone vertaling nog nooit zo opgevallen), heeft me nogal wat stof tot nadenken gegeven.
Er staat: "Een slotsom die ik nog steeds niet gevonden heb, die ik nog steeds zoek. Onder duizend mensen heb ik maar een mens gevonden die respect afdwong, maar dat was geen vrouw."
"Hé ..." zei ik wat narrig, "dit is vast geen goede vertaling."
"Dat weet ik nog zo net niet, we zoeken het na het danken op." Mijn man sloeg de Bijbel dicht en ik haastte me naar het boekenrek om in de Nieuwe Vertaling mijn gelijk te halen.
Er stond: Onder duizend heb ik een mens ontdekt, maar een vrouw heb ik onder deze allen niet ontdekt.
Ik was er even stil van. Toen zei ik: "Waar zou Prediker gezocht hebben."
Vroeger heb ik geleerd dat het boek Prediker wordt toegeschreven aan koning Salomo en heel misschien (ik zeg het op kousevoetjes) is dat een verklaring voor deze tekst. Want koning Salomo had wel een enorme rij vrouwen. 700 vorstinnen en 300 bijvrouwen ... Volgens mij is een harem geen kweekvijver voor goede eigenschappen. Als je er zat als Moabitische vrouw 365, en vorstin 567, een Hetitische, kwam in vol ornaat aandeinen, moest je haast een engel zijn om niet te denken: "Kijk me die jurk toch eens en wat een merkwaardige oorringen heeft dat mens!"
De tekst liet me niet los. Ik kan nl. zonder enige moeite vijf vrouwen, wat zeg ik, wel tien vrouwen opnoemen waar ik diep respect voor heb.
En dan ga ik uit van Mattheüs 25: De mens die gevangenen opzoekt, de vreemdeling huisvest, zieken bezoekt, gastvrijheid en barmhartigheid betoont. Het opvallende daarbij is dat vijf van die tien te maken hebben met de zorg voor minder begaafden en zwakzinnigen.
Van de oudste van het vijftal, zei mijn zusje laatst vol overtuiging: "Enkele reis Hemel ligt voor haar klaar. Als er nu één levende brief van de Heer is, dan is zij het wei".
Een van de anderen, Lia, woont vlak bij ons. Ze heeft voor haar huwelijk gewerkt als leidster op een sociale werkplaats. Haar vroegere pupillen bellen regelmatig op hun wedervaren te vertellen en vragen vervolgens: "Juf ... kunnen we een avondje komen?"
Zij: "Tuurlijk jongens ... en welke bus nemen jullie dan. 33? Goed zo. Wel voorzichtig zijn hoor". In haar stem ontbreekt iedere neerbuigendheid.
De kinderen, sommigen net zo oud als zij zelf, ondernemen met z'n tienen de tocht naar de Friese weg, krijgen een paar koppen koffie, wat frisdrank en een schaaltje chips. Ze doen een spelletje en nemen omtien uur zielstevreden de bus terug.
Lia krult de haren van haar zeer bejaarde buurvrouw, huilt mee met iemand die een zwaar verlies heeft geleden, staat letterlijk voor Jan en Alleman klaar. Het is een levenshouding die er ingebakken zit.
Nu kunt u natuurlijk zeggen: "Ja, ja, jij ziet alleen de buitenkant" en dan heeft u gelijk. Maar in alle voorzichtigheid, ook Prediker zag alleen de buitenkant van zijn duizend mensen.
En levende brieven worden door mensen gelezen die de letters moeten nemen zoals ze er staan. Dan is de inhoud pas duidelijk.
Begrijpt u mij niet verkeerd. Ik wrik niet aan de woorden van Prediker. Ik zou het niet eens durven. Maar ik denk wel stiekem bij mezelf: "Als hij Lia had gekend, had die tekst er vast een beetje anders uitgezien".