Groningse Gerda Elsinga wordt WMO-consulente
2007-10-26
‘Er is zoveel te doen en ik vind zoveel dingen leuk.’ Gerda Elsinga-Assies (39), lid van de ‘Tehuisgemeente’ in Groningen, zegt daarmee in feite dat haar betrokkenheid bij de Wet maatschappelijk ondersteuning (WMO) vooral persoonlijke interesse is. ‘Onze gemeente is er nog niet echt mee bezig, maar dat betekent dus niet dat er niets gebeurt.’ Gerda heeft afgelopen jaar de post-HBO-opleiding ‘Consulent Maatschappelijke Ondersteuning’ gevolgd.- Jaargang 51
- nummer 21
Elsinga is gehuwd, heeft drie kinderen en werkt vanuit een verpleegkundige achtergrond twee dagen per week als avond-, nacht- en weekendhoofd in een revalidatiecentrum. ‘Het verpleegkundige wil ik combineren met het welzijnswerk. De opleiding tot WMO-consulente is bedoeld om mij breder te oriënteren.’ Een WMO-consulent ondersteunt vragen van mensen en organisaties op de terreinen, waarvoor de WMO geldt. ‘Natuurlijk is een opleiding voor een nieuw beroep nog niet uitgekristalliseerd, we moesten vooral veel zelf zoeken en zelf invullen. Ik heb in elk geval kennisgemaakt met veel prestatievelden van de WMO zoals ouderenzorg, jeugdwelzijnswerk, jeugdhulpverlening, vrouwenopvang, verslavingszorg, gehandicaptenzorg en thuiszorg. Je leert veel over de procedurele kanten van de zorg. Het is een nieuw beroep, dat zowel op klantniveau als overkoepelend werkt. Je kunt als WMO-consulent bijvoorbeeld gaan werken als ouderenadviseur bij een welzijnsorganisatie, maar ook terechtkomen bij de politie of de gemeente.’ Ze heeft een dag in de week stage gelopen bij een zorgcoördinatieteam van de GGZ. ‘Ik leerde de weg vinden naar schuldhulpverleners van de Sociale Dienst, maar ging ook op pad naar slaaphuizen en daklozenopvang. Dat kon je aan het eind van de dag soms gewoon aan me ruiken.’
Kerken samen
Gerda is lid van de werkgroep ‘WMO en de kerken’. ‘Het Gereformeerd WMOberaad, het Evangelisch Contact en de Raad van Kerken (inclusief RK en PKN) in Groningen waren afzonderlijk al met de WMO bezig. Op een gegeven moment hebben ze contact gezocht. Het idee achter dit overleg is, dat we als kerken al heel veel doen, en het dus nuttig kan zijn de koppen eens bij elkaar te steken. Dat is precies in de geest van de WMO: meer samenhang brengen in de veelheid van maatschappelijke ondersteuning.’ De gemeente Groningen schreef alle diaconieën in de stad aan en via de diaconie van de Tehuisgemeente belandde Gerda in het overleg. ‘De gemeente weet ook niet wat er allemaal gebeurt. Er liggen inmiddels de nodige nota’s, zoals Investeren in maatschappelijk kapitaal.
We hebben al eens met de wethouder om tafel gezeten. Het thema ‘armoede’ heeft prioriteit en de kerken worden daar nu bij betrokken. Binnenkort hebben we weer een vergadering met de wethouder.’ Er zijn ook plannen voor een infoavond over ‘bijzondere bijstand’. In dit ‘bastion’ binnen de sociale dienst is veel geld op de plank blijven liggen. ‘Vrijwilligers, onder wie ook diakenen, worden zo geschoold om beter de weg naar het geld te vinden.’
Wijkloket
Maar ook nu gebeurt er al wat: ‘In een zuidelijke stadswijk van Groningen is net een Stiploket geopend om de hulp dichter bij de mensen te brengen. Op maandagmiddag zitten daar vrijwilligers uit diverse kerken.’ Zelf heeft ze ook ideeën: ‘Ik zou wel een initiatief willen in de binnenstad, zoals een soepbar of een koffie-inloop.
Ook moeten kerken meer informatie krijgen, bijvoorbeeld door een kijkje te nemen bij het Stiploket. Genoeg werk voor Nederlands Gereformeerde vrijwilligers.’ Onlangs sprak zij samen met de secretaris van de Raad van Kerken met Humanitas en binnenkort heeft ze een gesprek met de ‘coördinator palliatieve thuiszorg Groningen’. ‘Er is maar één hospice in Groningen, met vijf bedden. In zo’n grote stad met veel vergrijzing zouden dat er toch meer moeten zijn?
Vanuit onze kerkelijke gemeente is één lid betrokken bij de christelijke palliatieve thuiszorg. Er is ook een aparte palliatieve afdeling in het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hoe kan het dat maar zo weinig klanten deze dienst gebruiken? De drempel moet blijkbaar omlaag. Ik heb altijd al wat gehad met het stervensproces, ik zie alles wat ik doe rond dit thema dan ook als het creëren van een alternatief voor euthanasie.’ De post-HBO-opleiding aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden kost 4550 euro, exclusief literatuurkosten van ongeveer 150 euro.
Marius Bremmer is lid van de Tehuisgemeente in Groningen.