Burgemeester in twee gemeenten
2007-10-26
‘We weten prachtige gebouwen te metselen, maar we moeten goed op de levende stenen letten. We zijn als kerken soms zo geïnstitutionaliseerd, dat de dode stenen belangrijker lijken. Maar we hebben onze helpende handen om Gods boodschap uit te dragen.’ Bort Koelewijn is burgemeester van Holten-Rijssen en lid van de GKV in Nijverdal. Hij en zijn NGK-collega Oene Sierksma van Nieuw-Lekkerland, kerkend in Dordrecht, praten over wat de Wet maatschappelijke ondersteuning voor henzelf en hun werk betekent.- Jaargang 51
- nummer 21
‘De sociale infrastructuur - hier in Twente noemen ze dat noaberschap – is niet meer vanzelfsprekend’, analyseert Koelewijn. ‘Mensen sluiten zich op, worden individualistischer. En hebben ze hulp nodig, dan wenden ze zich tot professionals. Maar al die instituties met hun eigen toelatingsnormen werken vervreemdend. We laten heel natuurlijke dingen aan die professionals over, maar zijn daarin te ver doorgeschoten. Kijk maar naar omstanders bij een ongeluk. Mensen willen 112 nog wel bellen, maar verder houden ze zich afzijdig: werk voor professionals. Maar ondertussen worden de aanrijtijden van ambulances steeds langer. ‘We moeten die sociale infrastructuur vitaal houden en daarom wordt ook een beroep op de kerken gedaan. Onze ds. Van Ommen is daar heel actief in, bijvoorbeeld door een preek over “nabij kerk-zijn in de gemeenschap”, die op de lokale tv is uitgezonden. Ik liep zelf tegen een heel praktisch punt aan.
Ik was erg onder de indruk van het bejaarden- en verpleegwerk van De Cirkel, maar had zo geen idee waar die instelling zat. Blijkt ze pal tegenover onze kerk te zitten. Als je het over het belang van een sociale kaart hebt’, zegt Koelewijn met enig zelfverwijt. Ook Sierksma ziet een rol voor kerken en religie. ‘De overheid is verantwoordelijk voor de ordening van het openbare leven, maar kan niet zonder draagvlak in de samenleving.
De publieke zaak is ermee gediend dat geloof en religie voluit erkenning krijgen, want morele kernwaarden bepalen het handelen van mensen. Religie geeft mensen richting en houvast en dat komt de publieke zaak ten goede.’
Veelgevraagd
De gemeente is de grote regisseur van de WMO en dat betekent een heleboel nieuw werk. ‘Er wordt te veel van de gemeente gevraagd’, vindt Koelewijn. ‘Zo is de thuiszorg nooit een taak van de gemeente geweest en moeten wij dus onze weg zoeken. In deze tijd is hiërarchie uit en onderlinge binding in.
Alles draait om netwerken en daarvoor moet je van elkaar weten wat je zoal doet en wilt doen. Wij willen van de “specialisten” graag weten wat zij van de gemeente verwachten. ‘Het liefst zien wij dat onze partners zelfbewust formuleren wat bij “hun zorg” hoort. Ook de diaconie moet dus een gezicht hebben en weten wie zij wil zijn. Vroeger hadden kerkelijke zorgers nauwelijks concurrentie, maar nu moet je veel meer samenwerken, want niemand heeft meer een goed overzicht van de onderlinge rollen en verantwoordelijkheden. ‘Als gemeente scheppen wij voorwaarden om onze partners zo goed mogelijk hun werk te laten doen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een collectieve verzekering voor geregistreerde vrijwilligers. En breng je als mantelzorger iemand regelmatig met je auto naar het ziekenhuis, dan is daar ook een mouw aan te passen.’
Nieuwe laag
Niettemin schept de WMO ook een nieuwe bureaucratische laag in de vorm van een WMO-raad, waarin gemeente en instellingen het beleid bepalen. De WMO-raad in Holten-Rijssen is in oprichting en telt een stuk vijftien organisaties. ‘Zo zijn onder meer de ouderen, jongeren, gehandicapten en patiënten vertegenwoordigd. En er zit één vertegenwoordiger in namens alle diaconieën. Er ontstaat zo een nieuwe laag en daardoor loop je inderdaad het risico, dat informatie niet altijd onbeschadigd op de werkvloer terechtkomt.’ In Nieuw-Lekkerland zijn in de WMO-raad alle kerken vertegenwoordigd. ‘Met ambtelijke ondersteuning praat die raad over zaken als leefbaarheid, ouderen- en gehandicaptenzorg en inschakeling van vrijwilligers’, vertelt Sierksma. De gemeente heeft geen vast overleg met kerkelijke vertegenwoordigers. ‘Het is een klein dorp, waar we elkaar makkelijk vinden als we informatie moeten uitwisselen. Zelf praat ik incidenteel met de predikanten over onder meer armoedebeleid, gedrag van jongeren, de uitgaanscultuur en het alcohol- en drugsgebruik.’
Plattelandsproblemen
Zadelt de WMO het hele land niet op met typisch grootstedelijke problemen? Koelewijn vindt van niet.
‘Deze aanpak past bij deze tijd. Wat je zelf kunt doen, moet je niet uitbesteden aan een ander. Weliswaar hebben we een stukje nieuwe bureaucratie nodig om dat te bereiken, maar dan moet dan maar. Ik denk overigens, dat we zeker tien jaar nodig hebben om dit allemaal op de rit te krijgen. En na de WMO moet er ook niet weer een andere wet komen; dit moet beklijven.’ Want ook het platteland heeft zo zijn eigen problemen. Er was al landelijke aandacht voor de keten of schuren, waar soms erg jonge jongeren zonder enig toezicht flink kunnen drinken. ‘De plaatselijke horeca vraagt mij ook voortdurend om latere sluitingstijden, maar ik vind dat ze moeten proberen de klanten eerder binnen te krijgen en ze ook eerder te laten gaan. Nu zie je, dat jongeren zich eerst “indrinken” en dan tegen middernacht of nog later het café opzoeken. Maar dan drinken ze daar dus minder. Het is gewoon goed ondernemerschap ze eerder binnen te halen.’
Sfeerbepalers
Kerken doen er goed aan, te bekijken hoe ze het effectiefst kunnen zijn in de samenleving. ‘Misschien doet een man uit de gemeente het wel net zo goed of beter als bestuurder van de voetbalvereniging dan als kerkenraadslid. In zo’n vereniging ga je ook over opvang van de jeugd en heb je invloed op de sfeer en de aard van feesten’, vindt Koelewijn.
‘Predikanten klagen hier wel eens over de dorpsfeesten. Maar waarom zitten ze dan niet in de middenstandsvereniging?
Als je daar je stem laat horen, dan nemen die organisatoren van zo’n feest dat mee. Maar ik krijg te horen, dat predikanten dan worden teruggefloten door hun eigen omgeving. Dus komen ze klagen bij de regisseur, de gemeente.’
Cement zijn
Sierksma hecht niet zo aan officiële kerkelijke vertegenwoordigers. Hij ziet meer in de gewone kerkleden als ‘het cement van de samenleving’. ‘Vrijwilligers vanuit de kerken organiseren bij ons onder meer de kerstnachtdienst, Alpha-cursussen en de begeleiding van asielzoekers. Veel van die activiteiten zijn vooral gericht op de eigen groep. Maar nu de kerken niet langer naar de zijlijn worden gedrongen en mensen hunkeren naar aandacht, liefde en houvast, geeft dat de kerken ongekende nieuwe mogelijkheden. Maar dan moeten ze wel present zijn en betrokkenheid tonen bij maatschappelijke vraagstukken. Prachtig als de dominee of de ouderling zijn gezicht laat zien bij feestelijke gebeurtenissen, maar het is nog belangrijker dat christenen helpers zijn van mensen, die zichzelf niet of nauwelijks kunnen redden.’ Koelewijn vindt, dat de kerken op dat punt ‘nog veel huiswerk te doen hebben’. ‘Waartoe zijn we op aarde? Blijven we binnen onze kerkers of tonen we ons zelfbewust, in de wetenschap dat we gaven hebben gekregen? Zo ja, dan moeten we onze verantwoordelijkheid nemen en niet bang zijn, dat ons geloof daardoor misschien wordt bijgesteld. Paulus zocht in Athene ook de moderne cultuur op, maar verwees niettemin indringend naar God. En we hoeven niet altijd per se de boodschap te brengen, want via-via kom je daar toch wel een keer op.’
Goedkope hulp
‘Je hoort inderdaad wel eens zeggen, dat kerken op deze manier goedkope hulpjes worden van een bezuinigende en terugtredende overheid, maar als dat idee postvat, dan zou dat heel jammer zijn.
Rijssen-Holten heeft inderdaad te weinig geld voor een goede uitvoering van de WMO. We komen per inwoner per jaar circa 24 euro tekort, dus op 37.000 inwoners in totaal één miljoen euro. We moeten dus hopen dat een goede aanpak gaat leiden tot een minder groot beroep op de WMO, zodat inkomsten en uitgaven dichterbij elkaar komen te liggen. Maar, zoals gezegd, we hebben zeker tien jaar nodig om alles in kaart te brengen daarover goede afspraken te maken.
En nee, ik zie in de toekomst geen vrijwilligersambulance ontstaan. ’ Sierksma verwacht juist een grotere uitgavenstroom. ‘Ik denk dat gemeenten de komende jaren meer geld beschikbaar moeten stellen, willen we de WMO-doelen kunnen verwezenlijken. De overheid kan dat niet zelfstandig. Daarvoor is een brede maatschappelijke beweging nodig met inschakeling van woningbouwcorporaties, zorgvragers en –aanbieders en vrijwilligersorganisaties. Daarbij kunnen de kerken niet ontbreken.’
CDC-rol
Als lid van het moderamen van de laatste Landelijke Vergadering hoorde Sierksma het povere werkverslag van de Centrale Diaconale Commissie aan. Die zou landelijk een motor en aanspreekpunt moeten zijn voor plaatselijke NGK-diaconieën, zeker wat betreft noviteiten als de WMO. ‘Dat de CDC door moeilijke omstandigheden en gebrek aan menskracht haar opdracht niet goed heeft kunnen uitvoeren, stemde geen van ons vrolijk. Er ligt immers een flinke uitdaging en ik hoop van harte dat de CDC met steun vanuit de kerken daar de komende jaren wel in slaagt.’ Goed nieuws daarbij is, dat de CDC sinds kort in Leo van de Koppel en Peter Wakker een respectievelijk nieuwe voorzitter en secretaris heeft.
Overal kerken
Koelewijn heeft als burgemeester minder tijd voor activiteiten in zijn eigen gemeente (‘ik ben meer een beschouwer’), maar hij bezoekt beurtelings alle plaatselijke kerken. ‘Dat kwam goed uit, toen de voorganger van de Donatus Church overleed en ik het woord moest voeren. Je kent zo’n man dan ietsje beter, omdat je onder zijn gehoor hebt gezeten.’ Eerder dit jaar sprak Koelewijn met de plaatselijke predikanten. ‘We praten over onder meer de jeugdketen, huiselijk geweld, pastorale punten en ramp- en hulpverlening. Over dat laatste heb ik ooit een pastoor uit Volendam uitgenodigd om te vertellen over zijn ervaringen na de cafébrand. Ik wil ook graag weten wat de predikanten vinden van het gemeentelijke beleid, want daar hebben ze recht op. In die gesprekken ben ik wel een christen-burgemeester, maar ieder heeft zijn rechten en plichten. Ik kan niet altijd wat met de meningen van de predikanten.’
Sander Klos is lid van de NGK in Deventer en hoofdredacteur van Opbouw.