Pastorale notitie

1989-04-28
  • Jaargang 33
  • nummer 9

Laatste gedachten

Leest u wel eens in bed?
'Ik heb van die tijden. De moeilijkheid is altijd weer: wat neem je ter hand? Bij de Gebroeders Karamazov wint de slaap het te snel, maar een Ludlum is na blz. 50 weer zo moeilijk wegleggen. Ik heb graag een ruime keuze tot mijn beschikking.
Zodoende vormt zich naast mijn bed altijd een ferme stapel met werken van zeer uiteenlopende aard: Augustinus, maar ook de laatste Baantjer en 'Eva's dochteren' van A. Janse. Ik noem opzettelijk ook het wat lichtere genre, zodat u niet denkt dat ik op de late avond uitsluitend toegankelijk ben voor stichtelijke gedachten. U wel dan?
De stapel moet van tijd tot tijd uitgedund worden op last van mijn vrouw want boeken zijn stofnesten, zegt ze.
Er is één boek dat nu al enkele jaren elke zuivering doorstaat en dat ik ook in de komende tijd binnen handbereik wil houden.
Het is "Laatste Gedachten', van dr.C. Rijnsdorp. Het past mij niet, een recensie van dit werk te geven, maar ik wil er iets pastoraaIs bij zeggen.
Het is een dagboek en bevat gedachten, indrukken en. aforismen uit de periode van mei 1978 tot vlak voor de dood van de schrijver in 1982.
Ik kan het best de schrijver zelf laten vertellen wat dit boek zo bijzonder maakt. Hij noemde het zelf uniek vanwege de hoge leeftijd waarop hij het schreef. Rijnsdorp werd 88 jaar.
In een brief aan zijn vriend Puchinger schreef hij op 31-1-81 (nog ruim een jaar voor zijn dood): " ...voor gerontologen en psychologen moet het boek toch wel de moeite van het kennisnemen waard zijn, omdat het niet vaak voorkomt dat iemand van , mijn leeftijd nog samenhangend schrijven kan". Dat is inderdaad het unieke van dit boek. Wij worden door een oude man uitgenodigd met hem mee te wandelen op het laatste stukje levensweg, waarop hij zich helder bewust is van het naderende einde en daar met een merkwaardige distantie over kan spreken: "de dood wet (scherpt) zijn zeis. Ik hoor het", schreef hij vijf maanden voor zijn dood. Na de oorlog is onder ons de uitdrukking 'stervensbegeleiding' in zwang geraakt. Ik heb het altijd een te groot woord gevonden.
Het komt maar zo zelden voor dat wij met iemand op dat laatste stukje levensweg dat wij sterven noemen om kunnen gaan op een wijze waar het woord begeleiden bij past. Hoe meer bij dat stukje weg het woord sterven past, hoe minder het woord begeleiding er bij te gebruiken is.
Het pad wordt te smal. Je kunt er niet naast elkaar lopen. De ander gaat alleen.
Datzelfde valt te zeggen van de hoge leeftijd waarop het levens- , einde in zicht begint te komen. Werkelijk meewandelen met de ander wordt steeds moeilijker. Het pad wordt smaller, de eenzaamheid groter.
Ik zou de lezing van dit boek willen aanbevelen, niet alleen aan ouderen, die hier vaak eigen ervaringen zullen herkennen, maar vooral aan ieder, die merkt hoe weinig hij weet van wat de hoogbejaarde mens denkt, gelooft en ervaart.
Zeker, daar zijn meer boeken over, maar ik ken geen tweede boek, waarin een oud geworden mens persoonlijk van zijn ervaringen in dat grensgebied vertelt waar leven bijna bloeiend over gaat in sterven.
Ik weersta de verleiding om te citeren, maar één gedachte geef ik vast prijs: hier en daar merk je dat een hoogbejaard christen, hoe zeer hij ook Gods nabijheid ervaart, een beetje allergisch kan worden voor stichtelijke praat.
Ik zeg dit tot troost van elke collega die wel eens na een bezoek aan een ernstig zieke of stervende geplaagd werd door schuldgevoelens: het was minder stichtelijk dan je had bedoeld.
Dit stukje overlezend vraag ik mij af of ik niet begon op een te luchtige toon, maar dat komt door de oergeestige opmerkingen die Rijnsdorp zo hier en daar maakt. Wat vindt u van deze: "Ik ben geen vloeibaar DREFT, maar ik ga langer mee".


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief