Boekbespreking
1989-04-28
W.G. de Vries: Kerkelijk verdeeld en christelijk samen?- Jaargang 33
- nummer 9
In de serie 'Woord en wereld' is als nr 6 dit cahier verschenen. De omvang is 67 bladzijden, de prijs f 13,95 (bij abonnement, f 10,-)
De auteur geeft het doel van zijn werk weer met "gedachten over de samenwerking van christenen die kerkelijk verdeeld zijn". Aan het eind van z'n brochure schrijft hij "Ik heb in dit cahier rekenschap trachten af te leggen van wat de voorstanders van de doorgaande reformatie sinds de Tweede Wereldoorlog heeft bezield" (65), terwijl hij in de inleiding zei "Verdeeldheid is immers niet 'christelijk', niet van Christus afkomstig. En daarom ook niet 'kerkelijk', want de ledematen van Christus vormen één lichaam.
Maar als je kerkelijk verdeeld bent - wat niet mag - kun je op een ander terrein dan toch christelijk samengaan? Ik bedoel niet alleen als christenen, maar op christelijke wijze." (5) Het betoog is.met vaardige pen geschreven, eenvoudig, recht-toe-recht-aan. In een 37-tal korte hoofdstukken biedt dr. De Vries ons een tekening van de noodzaak kerkelijk één te zijn (en dan Gereformeerd, vrijgemaakt), wil men ook (alsdan) in de samenleving (politiek, maatschappij, cultureel), naar Gods wil handelen. De brochure is één doorlopend pleidooi voor de centrale positie van de kerk (het kerkverband), van waaruit andere samenwerkingsverbanden ontstaan en ' gevoed worden.
Dat pleidooi vangt aan in hoofdstuk 1 (Eén kerk) en krijgt een vervolg in hoofdstuk 2 (Kenmerken van de christenen). Je leest in die twee de fundamentele uitgangspunten, die de schrijver z'n lezers voorhoudt: - één kerk (de ware): één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen - Ef. 4:4-6 :- de ware christen, 'een nieuwe schepping', wonderwerk van Gods genade, verbonden met broeders en zusters in het luisteren naar de stem van de Here (7,8).
Bij deze inzet is het niet vreemd te verwachten dat zowel die éne kerk als die ware christen in veel strijd worden gewikkeld om deze gaven van de Here te verwezenlijken en vast te houden. De geschiedenis getuigt daarvan, ook dat deel, waarin de auteur spreekt over Afscheiding en Doleantie, vrijmaking en daarna. Verder komt daarin ter sprake wat rondom NCRV, EO, GPV, RPF en andere activiteiten gebeurde.
De vrijgemaakt Gereformeerde kerken gaan met -de doorgaande reformatie wel een zeer eenzame weg en je vraagt je af: ten rechte? Dat we die weg niet sámen met hen gaan is wellicht ook oorzaak dat de thans besproken brochure, reeds in 1987 verschenen, tot nu toe zo weinig aandacht in onze kring ontving. Nu dit cahier ter bespreking is aangeboden ontkomen we er niet aan de inhoud ervan critisch te bezien.
Als de roeping tot eenheid ons (in Nederland) wordt voorgehouden vanuit het 'één lichaam, één Geest', geldt dit dan zonder meer voor een kerkverband? Dat is toch in de eerste plaats voor de locale gemeente, die weliswaar deel is van een veel grotere kudde, onder één Herder, maar waarvan ook staat dat daarbuiten nog schapen zijn, afkomstig uit een andere stal (Joh. 10): Die schapen herken je soms opeens en je komt samen. Direct in de kerk?
Soms, niet altijd. Christenen uit een nieuwe schepping ontmoeten zó broeders en zusters, leden van een andere kerkelijke gemeente/gemeenschap. De Here Jezus heeft ons daarover onderwezen, b.v. toen hij de gelijkenis van het visnet aan zijn discipelen vertelde (vissen van allerlei soort) en die van de tarwe met het onkruid daartussen (Matth.13) In deze aardse bedeling is zoveel onvolmaaktheid. Er is het zuchten van de schepping (Rom. 8) en het hópen op de verlossing uit onze zwakheden. Ook het niet tot elkaar kunnen komen, ondanks de éne Middelaar.
Nu moet niemand zeggen dat daarmee alle kerkelijke verdeeldheid goed gepraat wordt, integendeel, ze komt als schuld voor ons te staan.
Maar wel is het zó dat ons geboden is te strijden om in te gaan en in die' strijdhouding moeten we ons niet van elkaar isoleren. We moeten sámen strijden.
Calvijn heeft in de 16e eeuw over de ware kerk anders geschreven dan dr. De Vries in de onderhavige brochure.
't Was in een historisch andere situatie, maar het loont de moeite te luisteren naar hem.
"Dat onder deze algemene kerk de kerken afzonderlijk, die over de steden en dorpen naar de eis der menselijke noodzakelijkheid verdeeld zijn, zo vervat zijn, dat ieder van haar met recht de naam en het gezag der kerk bezit; en dat de mensen afzonderlijk, die door de belijdenis der vroomheid tot zulke kerken gerekend worden, ook al zijn ze inderdaad vreemd aan de kerk, toch in zekere zin tot haar behoren (...) Want het kan voorkomen, dat wij hen, die we in 't geheel de gemeenschap met de vromen niet waardig keuren, toch als broeders moeten behandelen, en als kerk, waardoor zij gedragen en geduld worden in het lichaam van Christus." (Institutie IV, 1,9) Het ijveren, zoals dat in de kring van de doorgaande reformatie voorgehouden wordt, lijkt niet vrij te zijn van wetticisme, in die zin dat de harde, onontkoombare werkelijkheid omgebogen moet worden naar een bepaald stramien. De levensruimte, die Christus ons schenkt verdwijnt dan in gespannen zijn voor dat éne schema, wat als een legplaat precies moet passen.
De brochure is in de boekhandel verkrijgbaar, ook bij Uitgeverij Woord en Wereld, Postbus 195, 3850 AD Ermelo.