Huisbezoek in de praktijk (3)
1990-10-12
Het leren kennen van de gemeente- Jaargang 34
- nummer 21
Daarover willen we in dit hoofdstuk tot slot nog verschillende opmerkingen maken. De gave der diskretie is een vereiste gave voor de ambtsdrager.
Hij moet goed kunnen onderscheiden.
Daarom is voorts een bepaalde scholing noodzakelijk.
Vroeger besteedde men daar helemaal geen aandacht aan. Je had droog leren zwemmen en werd vervolgens in het water gegooid. Tegenwoordig is het een goede zaak, dat bijv. van de kant van de Stichting voor Jeugdzorg en Maatschappelijk Werk binnen onze kerkelijke kring een kursus wordt gegeven aan de ambtsdragers om te leren hoe je de mensen moet benaderen en verschillende zaken moet aanpakken.
Voor de dominee komt daarbij, dat hij wel enige weet moet hebben van de psychologie om dat in de praktijk van zijn pastoraat te kunnen. toepassen.
Het is goed, en eigenlijk een must, dat een jonge onervaren ouderling als maat een doorgewinterde ouderling naast zich krijgt. De man kent het klappen van de zweep en kan zijn jonge kollega veel leren.
Natuurlijk is daarmee alles niet gezegd.
Als de Heilige Geest ons niet in onze ambtsdienst verlicht kunnen we niets overdragen. Dan vonkt er niets. Dan verzandt het in een horizontalistische werkstijl waarin de vertikale relatie en spanning gemist wordt. Men moet als jonge ouderling zich terdege wachten voor een bepaalde overaktiviteit. Het lijkt bij sommigen wel alsof de ambtelijke dienst pas bij hen begonnen is. Alles moet anders en zij zullen de zaak wel eens even vlot regelen. Zij gaan domineren en willen met man en macht de hele wijk naar hun hand zetten. Dit levert konfliktstof op en doet het ambt als zodanig geen goed noch naar binnen noch naar buiten toe. Wanneer men geroepen wordt om te bemiddelen in een huwelijkskonflikt zal men eerst tijden lang geduldig moeten luisteren naar het verhaal, dat de beide huwelijkspartners hebben te vertellen. Misschien, dat men in één avond niet klaar komt. Maar dat is niet erg. Tijd is ook in een konflikt soms winst. Ze kunnen dan ook samen nog eens nadenken over wat ze allemaal emotioneel tegen elkaar eruit hebben gegooid. Sommige mensen worden in een konflikt hysterisch. Wanneer de pastor de dingen op een rijtje gezet heeft en heeft overwogen kan hij misschien nog enkele trefzekere, doelgerichte vragen stellen. Hij kan de problemen scherper verwoorden dan de beide partners dat kunnen, want de gespreksleider is objektief, althans behoort dat te zijn. Hij mag geen partij kiezen (W.H. Velema).
Steeds zal men de vraag moeten stellen of men tot verzoening bereid is in christelijke vergevensgezindheid.
In een familiekonflikt moeten allen zich wel willen uitpraten. Vaak houdt men een heleboel achter de kiezen en laat de ouderlingen en de predikant als loopjongens fungeren, die dan de zaak maar tot een oplossing moeten brengen. En als ze dat niet kunnen, krijgen zij de zwarte piet toegespeeld. Steeds zal men zijn bezwaren moeten hard maken.
Steeds zal men de mensen in een konflikt erop moeten wijzen, dat zij de weg van Matth. 18 moeten gaan.
Nooit mogen wij toestaan, dat men sjoemelt met de opdracht, die de Schrift ons verleent. Het beleven van het Woord van God zal de bevrijding moeten brengen.
Het is soms moeilijk om de ware stand van zaken te taxeren. Als de moeder in het gezin in haar kritiek op haar man van de tongriem gesneden is, op een intellektuele wijze haar zinnen kan formuleren en haar gedachten onder woorden brengen kan en de man is wat dat betreft als minder begaafd persoon zwijgzaam en doet geen poging om zich te verdedigen, is het uiterst moeilijk erachter te komen waar de werkelijke oorzaak van het konflikt ligt. Als dan daarbij de zuster der gemeente in casu meelevend is in de kerk, zich uitslooft voor allerlei aktiviteiten en haar vroomheid niet in twijfel te trekken valt, wordt het een penibele zaak recht te spreken.
Het is goed na te gaan hoe de start van het huwelijk geweest is. Hoe gaat men met elkaar om en wat merken de kinderen daarvan? Hoe komt het, dat het ene kind partij kiest voor de vader en het andere kind voor de moeder? Legt de zuster der gemeente haar problemen ook bij verschillende andere gemeenteleden op tafel en zoekt zij zo bij hen steun te krijgen voor haar kritiek?
Wat denkt zij daarmee te bereiken?
Is zij bereid de hand in eigen boezem te steken of weigert zij pertinent haar eigen onvolmaaktheid in te vullen? Hoe is zij bezig in haar huishouden?
Hoe ziet haar huis eruit?
Wat doet zij eraan om haar man ondanks alle kritiek op hem tegemoet te komen om hem opnieuw voor zich te winnen en het huwelijk en het gezinsleven te redden? Hoe reageren de kinderen in geding?
Het kan blijken, dat het konflikt door allerlei oorzaken op een gegeven moment niet op te lossen is. Niet alle betrokkenen werken echt mee. Dan moet men zijn poging om tot sanering te komen staken en de verantwoordelijkheid bij henzèlf leggen in afwachting van nieuwe gegevens terwijl men hun op het hart bindt, dat zij zelf naar een christelijke solutie van het probleem moeten blijven streven. Wie het konflikt laat voortbestaan en er vrede mee krijgt geeft een duidelijke opening aan satan, verduistert de eer van Gods Naam en brengt de ganse gemeente in opspraak. Wel moet men weten, dat de ambtsdragers bereid blijven tot hulp waar zij kunnen. Hart en huis blijven openstaan. Dat geldt ook van een situatie, die uitgelopen is op tuchtoefening. Als naar het woord van J. van Andel de broeders en zusters in de ogen van ouderling en predikant niet de liefde van Christus kunnen lezen verwordt de tucht tot iets demonisch. Dan is het niet meer dan een punt zetten en lastige mensen wegwerken.
Het leren kennen van de ambtsdrager
De gemeente leert ook de ouderling kennen. Het kan zijn, dat ze niet met elkaar akkorderen. De onderlinge harmonie wordt gemist. Daardoor komt de boodschap niet over. We moeten daarvoor niet te snel kapituleren.
We kunnen natuurlijk vlot zeggen: "We hebben blijkbaar de verkeerde gekozen", maar daarmee zijn we er niet. De benoemde ouderling heeft bij de bevestiging in het ambt beleden, dat hij in zijn hart ervan overtuigd was, dat God Zèlf hem door zijn gemeente tot deze heilige dienst geroepen heeft. Natuurlijk is wèl van belang of de man in kwestie ook zèlf tot de konklusie gekomen is, dat hij blijkbaar niet goed funktioneert in de gemeente.
En is hij bereid samen met anderen naar een goede oplossing te zoeken?
Het kan zijn, dat de gemeente te hoge eisen stelt. Dat moet eerst worden nagegaan. Is het verwachtingspatroon van de gemeenteleden wel verantwoord? Steekt de één in zijn kritiek niet snel de ander aan, zodat er spoedig een hetze wordt ontketend en de ouderling in casu niets goeds meer kan doen? We zullen dus onze motieven moeten toetsen en de roeping van weerszijden in de band, die God gelegd heeft, moeten verdiskonteren. Biddend, wakend en werkend zullen we onder leiding van de Heilige Geest samen onze weg dienen te gaan in de gemeente. Maar aan de andere kant klemt de vraag of de ouderling ook zèlf openstaat voor kritiek. Of acht hij zich onaantastbaar en verschuilt hij zich achter zijn ambt? Je kunt zo gauw bij het minste of geringste op je strepen gaan staan en bij je weerwoord en verdediging meer op de man dan op de bal spelen.
"Van konflikten kan een zuiverende werking uitgaan. Naast destruktieve gevolgen zijn er ook konstruktieve elementen aan te wijzen."
(D. Koole). Jawel, maar het eerste ontdek ik veel meer in de praktijk van het huisbezoek dan het tweede.
Er kan intussen wel een situatie ontstaan waarin je moet konstateren, dat de bewuste ambtsdrager niet meer met zegen in de gemeente kan werkzaam zijn. Het beste is dan hem te adviseren zelf terug te treden en om ontheffing uit zijn ambt te vragen. Dit zijn moeilijke zaken en geen twee gevallen lijken exact op elkaar. Dat komt, omdat de mensen in geding zo verschillend zijn. Verder is het geboden bij een berïoeming goed geïnformeerd te zijn omtrent de persoon, die wordt voorgedragen.
AI is een karakterstruktuur niet zonder meer doorslaggevend, het heeft wel een positieve of negatieve inbreng. Iemand, die niet kontaktueel is, heeft veel moeite bij de gemeente als bezoeker ingang te vinden. Ze verwachten, dat de man spreken zal en zich niet zal hullen in een stilzwijgen waardoor de anderen verlegen worden. Wie zal hier overigens het laatste woord spreken?
Als wij het ambt van God gegeven maar hoog houden en de drager van het ambt maar inschatten als een mens met zonden en gebreken, die nochtans een hoge roeping ontvangen heeft!
Geciteerde literatuur.
Ds. J.J. Arnold: 'Als de kerk KERK is...' - Goes, 1985 D. Koole en Dr. W.H. Velema: 'Uit liefde tot Christus en zijn gemeente'.
Een handreiking aan de ouderlingKampen, 1982.
D. Koole en Dr. W.H. Velema: 'Verricht uw dienst ten volle' - De ouderling in de praktijk; - Kampen, 1985.
Ds. S. Neerken: 'Het Huisbezoek'Amsterdam, zj.
Dr. C. Trimp: 'De mens in de prediking' artikel in de Lustrumalmanak: 'Fides Quadrat Intellectum' - Kampen, 1989.
Dr. J.G. Woelderink: 'Het pastoraat rond het Heilig Avondmaal' - 's-Gravenhage, 1952.
Als literatuur werd verder nog geraadpleegd:
C. van der Leest: 'Dienstvaardig' 11, De werkwijze van ouderlingen en diakenen; Barneveld, 1989.
Dr. P. Prins: 'Ouderling en dominé'Amsterdam, zj.