Oost-Europa (1)

1990-10-12
  • Jaargang 34
  • nummer 21
Ons gezin reisde afgelopen augustus door een aantal landen van Oost-
Europa op weg naar Griekenland. In dit artikel een Indruk van het leven in die landen. In komende nummers hoop ik - steunend op allerhande berichtgeving - meer informatie te geven over de 'kerkelijke situatie' in de DDR, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië en Bulgarije.

DDR
Nog nooit hadden we het IJzeren Gordijn gepasseerd via de DDR. We waren derhalve wel geïnteresseerd om te zien hoe dat daar dan wel aan toeging. Het resultaat was ietwat onthutsend: er was helemaal niets meer te zien dat op een intact gehouden grens wees. Natuurlijk, er waren versperringen en wachttorens te zien, al enige tijd voordat de feitelijke overgang werd bereikt. Maar we hoefden niet eens te stoppen.
Geen enkele douanier liet zich nog zien. Onze drie tieners vroegen zich lichtelijk verontrust af of ze nog wel een stempel van de DDR konden bemachtigen, want dat moest wel in hun paspoort, natuurlijk. Maar geen stempelaar in zicht, dus ook geen stempel. (Gelukkig voor hen kregen ze er een, toen we 't land weer uitgingen.) En dan dus de DDR. Een vierbaansweg, waarop je lekker kon bonken; er was steeds een laag asfalt tussen de verschillende stukken baanvak aangebracht, zoals ik me dat van 'onze' betonwegen in de jaren '50 en '60 nog herinner. Een paar steden langs de weg, gekenmerkt door vele blokken flats en nog eens flats: Eisenach, Gera, Jena. De glorie van het 'Socialistische Duitsland' moest kennelijk bestaan uit hoge woonkazernes.
Grote borden, met wegaanduidingen, waarop recentelijk veranderingen waren aangebracht. Achter 'Berlin' gaapte een groot blauw vlak; de oude toevoeging 'Hauptstadt der DDR' die we nog op een bord zagen was op tientallen andere borden scrupuleus verwijderd. Achterhaald!
'Karl Marxstadt', nog keurig zo op de ANWB-kaart aangegeven, bleek onvindbaar. De oude naam 'Chemnitz' prijkte overal op de voornoemd helblauwe achtergrond. En dan de auto's. Zonder overdrijving kon worden vastgesteld dat het land wemelde van de Westduitse auto's. En ook dat er al een herkenbare nieuwe orde bestond: Westduitse auto's op delinkerbaan, inheemse auto's- Trabanten en Wartburgen - op de rechterbaan. Het leek symptomatisch voor het verschil tussen beide Duitslanden: de Westduitsers die het beeld op de weg volkomen overheersten, in hun auto's van gemiddeld 30.000 gulden hoger waarde.
Verder, heel interessant, de zo nederig ogende 'Trabi's' die met ons uit de Bondsrepubliek komen. De meeste hebben nog hun bordje met 'DDR'. We zien er echter ook al heel wat met een '0' achterop en een enkeling die wellicht naar zijn (nationale) identiteit nog op zoek is heeft 'BRD(DR)'.
Op deze weg met brede middenberm (zonder schotten ertussen) zagen we veel (sporen van) ongelukken.
Toeval? Of symptomatisch, met twee stromen verkeer die ongelijksoortig zijn?
Op de (prettige en redelijk comfortabele) camping die we met enige moeite vinden blijkt op vele wijzen de sporen van de westerse culturele invasie. (Datzelfde kan men van alle andere landen die we bezochten zeggen, met uitzondering van Roemenië.) Spijkerjassen en -broeken komen in groten getale naar de campinggasten toe, aangevoerd in een grote bestelauto; blijkens zijn nummerbord komt hij uit Essen; voorwaar niet naast de deur!
De krant van die dag, de Weimarer Tagespost, laat ook zien dat er in het land iets veranderd is. Je kunt een reis naar Mallorca winnen, als je de grote zomerpuzzel goed oplost. En voor ons besef zeker zo interessant de volgende kop 'Ex-stasi Mann darf nun für die Polizei planen'. Een hoge functionaris van de voormalige Stasi - die met naam en toenaam genoemd wordt, plus een foto! - is nu bij reorganisatie van de politiemacht betrokken. Er spreekt een sterk gebrek aan instemming ui.f:het artikel ...
't Zou me verbazen, als de man nog in functie is.
't Zijn aanwijzingen dat er al veel veranderd is, hier. Hoe het vroeger was worden we feitelijk het meest indringend gewaar in het kamp Buchenwald, waarvan we eerlijk gezegd, tevoren niet eens wisten dat het bij Weimar lag. Zelden hebben we zo'n beklemmende sfeer ervaren als op deze plaats, waar het smeedijzeren toegangshek de spreuk draagt: 'Jedem das Seine' ... In die prachtige natuur - maar wel 'schuldig landschap', zoals het is genoemd - is een ontelbaar aantal gruwelijkheden begaan, waarvan een paar me dagenlang bijblijven. In het 'op zich heel indrukwekkende' museum blijkt echter plotseling hoe de ideologie zich van dit alles kan meester maken. Overal lezen we dat het met name de 'klasse-vijanden' waren die dit alles op hun geweten hebben. De communistische voorman Ernst Thälmann, in Buchenwald omgekomen, wordt uitbundig en uitvoerig geprezen; deze socialistische staat kende wel degelijk zijn heiligen en martelaren, blijkt maar weer. De lelieblanke prestaties van de rode kameraden, en de bijna volstrekte afwezigheid van enige verdienste bij andersdenkenden roepen lichte twijfel op. Er zal ook hier wel 'historische revisie' gaan plaatsvinden, denk ik. Maar hoe je al die ideologie uit de vele gebeitelde teksten verdrijft ...

Tsjechoslowakije
Tussen de DDR en het volgende land staan er wel douanemensen; het is dan ook bepaald een tijdrovende grensovergang te noemen. Verder valt ons op dat er ook hier grote afluistertorens staan, aan de DDRkant.
Waren de betrekkingen tussen de 'socialistische broedervolkeren' dan toch niet zo hartelijk?
Een prachtige weg van de grens naar Praag, landschappelijk heel mooi, en ook voorzien van goed wegdek. De Tsjechische en Slowaakse Republiek, zoals die nu heet, scoort bij ons toeristisch dan ook het hoogst van alle bezochte landen. Zoals Praag ook de mooiste en zeker gezelligste hoofdstad van Midden- en Oost-Europa lijkt. Druk, bruisend, levendig, zelfs levenslustig.
En veel toeristen! Vooral veel Skandinaviërs, met name Denen. Die zijn nu in drommen kennelijk de transitweg via Berlijn afgedaald. Ook heel wat Amerikanen, Japanners en Europeanen. Meer nog, de ganse Westeuropese bevolking lijkt hier aanwezig.
Praag is leuk! Als je op het 'Starometske Namestie' (het Oude Plein) rondloopt, zie je van alles. De talrijke torens en pinakeltjes van de oude Tynkerk zijn in het winterseizoen allemaal verguld; het lijkt net de Efteling, maar dan echt! De hele rij middeleeuwse of renaissancegevels is prachtig opgeknapt en staat te pronken in de verf. Praag is nog steeds een stad in de steigers; de tijden zijn veranderd en alles moet er weer goed gaan uitzien, lijkt het.
Verder veel terrasjes; grote hoeveelheden pils worden aan het gezicht onttrokken, in halve-liter glazen, die een mens-met-dorst een vi iegende start geven. Op het Wenceslausplein, waar pas, in mei met de verkiezingen, 'Burgerforum' non-stop concerten gaf nu een ander geluid.
Onder een grote aanplakzuil zit een \ tweetal blanke jongemannen met gemillimeterde schedel aandacht voor hun godheid te trekken. "Hare Hare, Hare Rama, Hare Krishna, Hare Krishna", begeleid door een bongo. Een derde, een meisje, probeert al dit spiritueels in klinkende munt om te zetten door het verhandelen van transcendente lektuur. Ik maak een foto, onder de afkeurende blik van mijn vrouw. Ze vindt deze cultische toestand geen gulden aan ontwikkelingskosten waard.
Praag staat open voor alles wat Westers is, maar, blijkt dus, ook 'het Oosten' grijpt zijn kans. Grote posters die de tournee aankondigen van Sri Mataji, een Indische dame; (hoewel ik vrij goed in mijn oosterse goeroes zit, als u begrijpt wat ik bedoel, is Mataji me onbekend; ze konden haar in India kennelijk wel een poosje missen, net als andere wijzen van tweede garnituur. (Later, in Boedapest en ook in Sofia, kruist Mataji weer ons pad; is ze heel Oost-Europa afgeweest?
In Praag ligt, net als elders, vooral het westerse materialisme op de loer. Maar in een gezellige, haast ludieke sfeer. Zo meldt een jongen dat hij "de eerste schoenpoetser van Oost-Europa" is; en inderdaad, nergens anders hebben we schoenpoetsers gezien. Praag nu heeft wat van onze steden in de jaren '60. De Praagse Lente komt twintig jaar later alsnog tot bloei.

Hongarije
Het derde land dat we bezoeken is Hongarije. Ook daar veel toeristen, vooral Nederlanders! Of dat komt vanwege een gemeenschappelijk ervaren Calvinistisch erfgoed, of omdat de Hongaarse VVV vooral bij ons hard heeft gewerkt, of vanwege het Balatonmeer, 't grootste binnenwater in Midden-Europa, ik weet het niet. Maar op de eerste dertig kilometer autoweg naar Boedapest zien we meer nederlandse auto's dan in een aantal dagen Tsjechoslowakije bij elkaar.
Is Praag de aardigste stad van Midden-Europa, Boedapest is een goede tweede. Boven op de heuvels heb je een prachtig uitzicht op de Donau, de parlementsgebouwen, en nog veel meer. Ook hier veel handel; overal kraampjes; mijn oudste zoon van 16 valt voor een shirt met het opschrift: 'Gezocht: Karl Marx, dood of levend'. We verbazen ons toch wat over het vrijmoedig gegeven politieke commentaar van zo'n shirt.
Ook blijken de popsterren uit het Westen zeer in. Michael Jackson is onbetwist het grootste idool van de poplievende jeugd in het net uiteengevallen Oostblok. 'Madonna ligt in tweede positie, zou ik zeggen. (Wat is dat trouwens een onappetijtelijk ogend brok vlees.) Verder lijkt het de Hongaren - materieel - behoorlijk goed te gaan. Vooral als we het vergelijken met een eerder bezoek, al weer negen jaar geleden, blijkt hoeveel er in Hongarije veranderd is, op allerlei terrein. ' Er valt goed te eteri en de sfeer is redelijk ontspannen. Toeristen stempelen op sommige plaatsen het straatbeeld volkomen.

Roemenië
Juist door de relatieve welvaart van Hongarije loopt het verschil met Roemenië extra in het oog. Het begint al voordat we het land goed en wel zijn binnengekomen. Bij de grens staat een lange rij auto's. Als het tijd is voor de avondmaaltijd gooien de Roemeense douaniers de grens gewoon een uur dicht! Aan twee kanten worden hekken aangebracht; je kunt je werk ook te fanatiek aanpakken, tenslotte ...
Het wachten duurt een aantal uren, maar dan komen we toch verder. Je hebt in Roemenië benzinebonnen nodig, maar - helaas - de dame aan het daartoe bestemde loket heeft er geen meer, al een paar dagen niet.
We moeten onderweg maar kijken, bij de grotere hotels of zo.
De eerste indruk van het land is ongunstig: een enorme fabriek met veel schoorstenen geeft de lucht boven Oradea een vale tint. Verder gaande komen we door prachtige gebieden, m.n. de Karpaten. Alleen, hetzelfde beeld. Op bijna elke echt mooie plek staat er een of andere fabrieksschoorsteen de meest gore rommel de lucht in te braken. Je krijgt de indruk dat het milieu in Roemenië alleen te redden is, als men de industrie bombardeert ...
Overal nog lange rijen mensen bij winkels. In de restaurants is er slechts zeer beperkte keuze uit veelal heel matig voedsel. We hebben erop gerekend en van thuis het meeste eten meegenomen. Alleen drank is er ruim aanwezig, zoals overal in Oost-Europa. Als we op een terras bij het eten 'twee wijn' bestellen krijgen we twee flessen!
De grote steden Cluj Napoca, Sibiu en Brasov blijken best bezienswaardig.
In de architectuur blijkt nog de invloed van de oude Dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Elke plaats ademt een eigen sfeer, waarbij Sibiu het meest bedrukt lijkt. Daar zijn rond de jaarwisseling en ook erna veel mensen omgekomen. Daar blijkt de (aloude) Duitse invloed van het gebied Zevenburgen nog sterk te zijn. Op de markt is er een provisorisch gedenkteken opgericht waar de namen van de gevallenen zijn opgetekend: tientallen! De daken van de aantrekkelijke huizen aan de markt hebben verschillend gekleurde pannen; we horen dat de pannen in afwijkende kleur kogelinslagen bedekken.
Op weg naar de camping zien we aan weerszijden van de weg huizen en gebouwen met vele kogelgaten; een grote villa is uitgebrand.
We kijken vroeg op de avond rond in Sibiu; een grote evangelischlutherse kerk zit vol, vanwege een orgelconcert. Als we een oude dame naar een bepaalde toeristische bezienswaardigheid vragen, is ze dolblij haar Duits te kunnen gebruiken.
Deze plaats heet niet echt Sibiu, horen we, maar 'Hermannstadt'. Zo heeft het eeuwenlang geheten. Een groot deel van de bevolking is ook Duitstalig; ze komen uit Duitsland maar wonen hier al 800 jaar; het wordt echter steeds moeilijker om zich staande te houden tegen het overheidsbeleid dat 'romanisatie' voorstaat. Ze is pessimistisch over heden en toekomst. "Die neue Kommunisten"
draaien de gevolgen van de revolutie terug, weet ze. Jongeren uit hun gemeenschap willen niet langer blijven. Ze gaan terug naar Duitsland, zodat er een einde dreigt te komen aan acht eeuwen Duitse cultuur in dit deel van Europa. En verder, de rantsoenen suiker van de maand juli zijn medio augustus nog niet aangekomen. De (riet)suiker moet uit Cuba komen; de kameraden aan de top hebben niet zoveel vrienden in de wereld. Ook andere dingen worden schaars; er zijn net die dag weer nieuwe beperkende bepalingen via de radio bekendgemaakt.
Dat sombere geluid horen we ook van anderen. Een Duitstalige man die ik alleen maar de weg vraag begint een gesprek dat zeker een kwartier duurt; ik kom niet van hem af. Twee dagen tevoren belde zijn dochter, die lerares is, uit Duitsland op; ze was er met haar gezin op vakantie. Ze had verteld dat ze niet terugkwam! Al haar bezittingen liet ze gewoon achter; je kon in Roemenië toch niet meer leven ... Hij moest het aan iemand kwijt en dat was ik dus. Sibiu liet ons met een somber gevoel achter.
Brasov - 'Kronstadt' had het oude dametje me meteen gecorrigeerdwas een veel vrolijker plaats; de sfeer was er gans anders. We vroegen ons af hoe dat kwam, maar konden het antwoord niet geven. Boekarest, waar we alleen maar doorheen reden was groots opgezet: (te) brede boulevards, hoge gebouwen, modern en nogal onpersoonlijk: Alleen de oude diplomatenwijk zag er heel aardig uit. Veel mensen op straat; als je niets wist, zou je niet vermoeden hoeveel hier nog maar pas is geleden. Hier en daar zie je echter sporen van verwoesting en geweld.
Op een van de grote pleinen waar kennelijk veel gebeurd is staat met grote grafitti letters geschreven "Tien an Min Square 11".Er wordt dus een vergelijking getrokken met het gewelddadige optreden van het Chinese leger. Verderop in de stad komen we - volstrekt toevalliglangs een begraafplaats speciaal voor de doden van december en januari. Vele tientallen kruisen, op een vrij klein stukje grond vlak langs de weg. Op elk graf bloemen; het is er druk. En dan, in de buitenwijken een glimp van het leven in de grote stad. De (grote verbindings)wegen zijn beroerd geplaveid; het zware verkeer stoot zoveel gif in de lucht dat het de bewoners diverse jaren van hun leven moet kosten. Een en al onheil dat de sfeer bepaalt. Boekarest is een dieptepunt. We zijn de stad uit en denken het ergste te hebben gehad. Dat is ook zo, op een ding na. Bij de grens blijkt een file te staan, die we op twee kilometer schatten. Het zal wel even duren voor we in Bulgarije zijn, spreken we uit. En dat klopt. We zijn om kwart over drie 's middags bij de grens van Georgiu; de Bulgaarse douane bereiken we om kwart over vier in de ochtend ...Dertien uur later!
Geen kwaadwilligheid overigens; gewoon, zo doen ze het daar: vijf personenauto's, drie vrachtauto's en twee bussen gaan tegelijk in een vak; de hekken worden aan weerszijden gesloten. Als alles is bekeken - en bij vrachtauto's of bussen wil dat wel eens langer duren dan bij een gewone auto - mag iedereen verder. Wil je een volstrekt onmogelijke toestand creëren, volg dan de beproefde ervaring van de Roemenen: maar een doorrij mogelijkheid en de contröle van elke auto aanpassen aan de langdurigste procedure.
En natuurlijk weer een uur de grens dicht, als ze gaan eten. Onze taal wordt verrijkt met een aantal nieuwe termen, die ons verregaande ongenoegen moeten uitdrukken, maar dat helpt natuurlijk niets. Het zal in de familie wel een gevlelJgeld woord blijven, als we ooit ergens moeten wachten: ,,'t Is niet zo erg als bij de Roemeense grens."

Bulgarije
En dat brengt ons in Bulgarije. Na vele uren uit en weer in ons vel gesprongen te zijn, komen we tenslotte de Donaubrug over. De lange, lange file in niemandsland blijkt om vier uur 's nachts bij de volgende douane weg te smelten. Ja, vertelt men daar, de douane boycot van hun kant de Roemenen. Er is hier tegenover Ruse een roemeense fabriek die de Donau zo intens vervuilt dat men wil protesteren. De 'buren' blijken voor alles doof; nu probeert men zulke acties, maar - voorspelbaar - de Roemenen zitten er niet mee. Opvallend is de ontspannenheid in Bulgarije die ons weldadig aandoet. Zo midden in de nacht zit de bevelvoerende douane-beambte op zijn praatstoel; we kletsen zeker 20 minuten; hebben niet zo'n haast om waar dan ook heen te rijden ... Hij spreekt voortreffelijk Engels en heeft nota bene de hele tijd de BBC-World Service aan staan; er is wat veranderd in dit stalinistische Bulgarije.
Een dag later zijn we in de aantrekkelijke stad Veliko Tarnovo, in het binnenland. Er.wachten ons dingen, die we - met de herinnering aan negen jaar tevoren - nooit zouden verwachten. Niet alleen ontmoeten we een oudere Bulgaarse heer, die, als hij hoort dat we Nederlanders zijn, met ons gaat discussiëren over van Gogh en Multatuli, die hij gelezen heeft! lets verderop is er een verzameling posters, politieke prenten, die zelfs voor een analfabeet anti-communistisch blijken. Er ligt een groot aantal boeken van expartijleider Zhivkov op de grond en ander socialistisch propagandamateriaal.
En wat onappetijtelijke gebruiksvoorwerpen: het gevolg van veertig jaar rode zegen.
Iedereen stopt; ook politieagenten kijken aandachtig toe. Maar niemand grijpt in. Ook later, in de hoofdstad Sofia, komen we dit tafereel tegen.
Op het grote plein, waar de (communistische) vader des vaderlands een eigen Mausoleum had ( net als Lenin in Moskou) staat voornoemd gebouw leeg; de man is pas her-begraven, of misschien wel gecremeerd. Dimitrov weg, eregarde weg, ganzepassen weg, de (bescheiden) rij wachtenden weg. En ervoor terug een grote hoeveelheid rommel, die de verworvenheden van het Communisme moeten tonen. Ik ontvreemd een neergesmeten boekje van Todor Zhivkov, voor later, voor thuis. Niemand maakt bezwaar. Interessant is ook hier de grote hoeveelheid posters, de lange geschreven verhalen die vele voorbijgangers ernstig en geconcentreerd tot de laatste punt toe spellen.
En nog interessanter, naast partijen en belangengroepen die aandacht vragen ook een caravan van de Bulgaars Orthodoxe Kerk. Aan de zijkant wat reprodukties van ikonen; verder een soort altaartje, een opengeslagen Bijbel en wat kaarsen. In een tentje ernaast een bebaarde en getoogde priester, die zit te lezen en later met mensen praat. Heel bijzonder.
De kerk die niets buiten de eigen muren mocht doen, nooit iets open baars mocht ondernemen, timmert nog steeds niet aan de weg.
Maar ze zetten al een heel klein bolletje op wielen op een plein om te zeggen dat ze er zijn! "Bles them!"
In een park waar een grote kunstmarkt wordt gehouden blijkt het fenomeen ikonen veel aanwezig, vermoedelijk echter voor de buitenlandse toeristen. Ze zijn van zeer beperkte artistieke en van nog minder religieuze betekenis. Wel kopen we een klein gips kopje: de ietwat groteske trekken van (ex)leider Zhivkov, compleet met horentjes. Mensen stoten elkaar aan, lachen nauwelijks, maar kijken lichtelijk gegeneerd: dat iemand dat zomaar durft te zeggen! Echter, er klinkt geen enkel protest.

Er verandert heel wat in Oost-Europa, waarbij we alleen voor Roemenië een uitzondering willen maken.
Ook in dit mooie Bulgarije, die trouwe bondgenoot van de Sowjet-Unie blijkt dat maar al te zeer. Maar bepaalde dingen raak je niet zo gauw kwijt. Zoals de noodzaak om te tanken met bonnen. Het gekke is nu dat de benzine er best is, maar je je ongans moet zoeken naar die ellendige bonnen! Zo laten we bij vier achtereenvolgende pompen de volledige voorraad weer achter, omdat we ondanks drie kwartier zoeken in Sofia, niemand konden vinden die ons de weg naar bonnen kon wijzen!
En geen bon, geen diesel. Ze leven in een geordend land, waarbij de orde niet onder het juk van logica of efficiëntie hoefde door te gaan.

Naschrift
We reden met gekrulde tenen het land uit; zouden we op de benzinevoorraad de grens halen. We haaIden hem, op het nippertje. Wij ouders hadden langzamerhand onze buik vol van alle extra bepalingen, van onverwachte schaarste die je noopt je plannen te wijzigen, ennog het meest - van de eindeloze wolken uitlaatgas die je de adem en het uitzicht benemen.
Onze kinderen waren aan de Griekse kant van de grens een delirium nabij, toen ze daar alle westerse consumptiegoederen weer konden kopen, in theorie althans. En wij ouders; tot onze eigen grote verbazing leden we de rest van die dag aan een heuse 'cultuurschok'!
Na twee weken Oostblok moesten we echt wennen aan al die veelkleurige auto's, die zo snel reden, die zo talrijk waren. En aan de talrijke reclameborden langs de weg. Maar we kwamen daar overheen, sneller dan dat met mede-Europeanen van achter het nu onttakelde IJzeren Gordijn het geval zal zijn.

Niet - zoals aangekondigd - in dit, maar in het volgende nummer zal door ds. De Jong gereageerd worden op de diverse ingezondens, die in de laatste nummers van ons blad hebben gestaan.

De redaktie

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief