Over de gaven van de Geest -

1990-10-26
  • Jaargang 34
  • nummer 22
Twee weken geleden gaf ik een definitie van wat een genadegave is.
Daarin onderscheidde ik vijf elementen, waarvan ik er drie wat nader uitwerkte. Onderstaand ga ik verder met de resterende twee.

Naar Gods genade
In de vierde plaats onderstreepte ik de woorden naar Gods genade.
Daarmee is gezegd dat zo'n gave niet verleend wordt als beloning voor goed gedrag of als lintje van verdienste bij bewezen standvastigheid in Christus' gevolg. Het is, naar de letterlijke betekenis van het griekse woord charisma, een genadegave.
Dat betekent dat ook niemand met zijn gave te koop mag lopen en er prat op kan gaan. Niemand mag ook zijn eigen gaven verheerlijken en hoger aanslaan dan die van anderen.
Zoals in heel ons leven, geldt zeker ook hier: Wat ik heb, dat heb ik gekregen. Het is niet van mezelf.
Laat niemand roemen! Wie roemen wil, roeme in de Heer!

Binnen de gemeente
Tenslotte is een gave bedoeld om te gebruiken binnen het lichaam 'van Christus. Christenen die los van de gemeente hun christen-zijn willen beleven, zullen met hun gaven niet ver komen. Gaven zijn gegeven om ze in te zetten binnen de gemeente.
Dat wil overigens bepaald niet zeggen, dat gaven alleen naar binnen gericht zijn, alleen bedoeld zijn voor de onderlinge opbouw van medegelovigen.
Veel gaven - b.v. die van evangelisatie, of de gave van barmhartigheid en van dienen - moeten juist diegenen ten goede komen, die nog geen lid van de gemeente zijn.
B.v. in een projekt om drugsverslaafden op te vangen of iets op touw te zetten voor daklozen of om een diakonale taak in de 3e wereld op zich te nemen.
Maar ook in deze gevallen blijft het gebruik van deze gaven binnen het lichaam van Christus beslissend.
Ook wanneer we ons met onze gaven buiten de gemeente bewegen, staan we daar als het goed is niet als enkelingen, maar als geloviger die als team samenwerken.
Sámen! Weet u nog? In onze gemeenschappelijke dienst aan Christus en aan zijn Koninkrijk!

Nut van genadegaven
Tenslotte wil ik nog één vraag aan de orde stellen en wel die naar het nut van genadegaven. En ook wat het nut is van de kénnis van genadegaven.
En daarbij wil ik dan weer drie punten nagaan ..

Voor de gelovige
Allereerst is het ontdekken van je gaven een middel om als gelovige tot je doel te komen. D.w.z. tot het doel dat God met jou heeft. Om te weten wat God nu speciaal van jou verlangt in de dienst aan zijn gemeente en zijn Koninkrijk. En hoe jij je plaats in kunt nemen in het geheel van zijn kerk.
Nu ben ik ervan overtuigd dat veel gelovigen vandaag hun genadegaven gebruiken, zonder dat ze zich dat nu zo speciaal bewust zijn. De kerk van Christus zou niet geweest zijn als broeders en zusters niet hun gaven hadden gebruikt in dienst van hun Heer.
Waarom is het dan toch zo belangrijk dat ieder zich van zijn gaven bewust wordt? Dat u zich daar expliciet mee bezig houdt en erover nadenkt?
Omdat kennis van uw gaven u zal helpen om te verstaan wat Gods wil met uw leven is.
Nogmaals, God heeft voor ieder van u een bepaalde taak in het lichaam van Christus vastgesteld. En uw gave is de sleutel tot wat God wil wat u nu moet en mag doen. Want, dat moet u begrijpen, elke gave is ook een opgave. Elke gave houdt een roeping in. Uw Heer verwacht dat u ermee aan het werk gaat, zoals de heer uit Christus' gelijkenis van de talenten en de ponden. U moet er zo mee handelen, dat uw opdrachtgever er voordeel van heeft.
Elke gave is een opgave. Maar de gave gaat voorop. D.w.z. u kunt het.
God heeft u een mogelijkheid gegeven om Hem te dienen. God vraagt van u niet meer dan wat Hij u zelf gaf.
En daarom is het zo belangrijk uw gaven te ontdekken. Want dat bespaart u veel zuchten en frustraties.
Als u uw gaven kent, dan weet u welke plaats en welke taak binnen onze gemeente voor u geschikt is. Als u uw gaven kent , kunt u doelbewust en doelgericht met de Heilige Geest meewerken.
Daar zit ook nog een andere kant aan. Naast de gave(n) die u bezit, zullen er vele meer zijn, die u niet heeft. Zoals ik in het begin al zei: U zult met uw gave altijd in de minderheid zijn. En er zullen talloze gaven zijn, die u niet bezit.
Nu, dat is geen reden om jaloers te zijn. Bekijkt u het juist eens van deze kant, dat u vrij bent van een taak op een terrein waarop u beslist geen gave bezit. U draagt tegenover God geen verantwoordelijkheid voor al die gaven die u niet heeft. En u kunt met een gerust geweten weigeren als op zo'n terrein toch uw inzet wordt gevraagd. God roept u niet tot taken waartoe Hij u niet geschikt gemaakt heeft. Iemand die niet de gave van evangelisatie heeft hoeft niet de straat op. En iemand die niet de gave van leiding heeft hoeft geen voorzitter van een commissie of van een bijbelclub te worden.
Maar nogmaals, daar waar u wel gaven voor hebt, wordt uw inzet verwacht. Maar dan mag u ook het zekere gevoel hebben dat u wandelt op de weg die God met u wil gaan.
Dat u doet waarvoor God u heeft bedoeld. Dat kan u brengen tot een gezond zelfbewustzijn en tot een harmonisch geestelijk leven.

Voor de gemeente
In de tweede plaats is de kennis van genadegaven en waarvoor ze dienen en hoe ze moeten worden ingezet tot heil van heel de gemeente. In Ef. 4 heeft Paulus gezegd dat het gehele lichaam van Christus tot rijpheid en volwassenheid komt, wanneer de geestelijke gaven benut worden. Ik herinner m.n. nog eens weer aan dat woord uit Ef. 4,16 dat naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent ... het lichaam groeit en zichzelf opbouwt in de liefde.
Een gemeente die tot rijpheid komt heeft ook groeikracht. Die zal groeien in kwaliteit. Want de gaven van onze gemeente zullen worden gemobiliseerd. Het werkloosheidsprobleem binnen de gemeente zal worden opgelost.
We zullen tot een heel andere vorm van taakverdeling kunnen komen.
Vaak is het zo dat we een vacature hebben en een baantje voor dit of dat. We hebben commissies en werkgroepen, die bemand moeten worden. En wat doen we dan: we werven een broeder of zuster om het een of het ander te doen. We zoeken een mannetje of vrouwtje voor een taak. ..
Maar moeten we dat niet precies andersom doen? Moeten we niet een taak en een opdracht zoeken bij een gemeentelid? Moeten we niet eerst kijken wat we in huis hebben? Moeten we niet eerst eens wat breder inventariseren wat God zoal aan gaven in onze gemeente gegeven heeft aan de diverse broeders en zusters en dan daarbij aansluitend bezien wat we als gemeente gaan aanpakken? Moeten we zo niet meer G6d het beleid voor onze gemeente' laten bepalen?
En zo zal, wat voor de enkeling in ons midden geldt, ook voor de gemeente als geheel gelden. Zo komen we tot ons doel. Zo zullen we winnen aan geestelijke gezondheid. Er zal een nieuwe geest van eenheid en eensgezindheid gaan ontwaken.
Voor ieder zal er een taak zijn, een mogelijkheid om zich in te zetten.
Veel minder leden zullen zich minderwaardig of nutteloos voelen als ze leren verstaan dat ook zij niet gemist kunnen worden in het plan van God. We zullen meer waardering voor elkaar ontwikkelen als we zien hoe we elkaar nodig hebben en van elkaar afhankelijk zijn om samen dat plan uit te voeren.
Zo zal de gemeente kunnen groeien in kwaliteit, maar ook in kwantiteit.
Want een licht op de kandelaar en een stad op de berg kunnen niet verborgen blijven. Dan mogen we ook uitzien naar Gods zegen, dat Hij mensen van buiten de kerk bij ons voegt om samen met ons zijn volk te zijn. En moet dat niet het grote verlangen zijn van elke gemeente van Christus?

Voor God
En zo zal tenslotte - dat is het derde punt - de ontdekking en het gebruik van de gaven die de Geest ons geeft dienen tot verheerlijking van God.
Zoals Petrus dat schrijft: Dient elkaar, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede 'rentmeesters over de velerlei genade Gods ... opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus, aan wie de heerlijkheid is en de kracht, in alle eeuwigheid (1 Petr. 4, 10v.).
Kunt u iets heerlijkers bedenken dan ieder voor zich en samen met elkaar te leven tot eer van God? Ga dan ieder voor zich op zoek naar uw gave. Ga vooral ook samen als gemeente op zoek naar de gaven die u ontving. En laten we zo ieder voor zich schepselen zijn en laten we samen met elkaar gemeenten zijn naar Gods bedoeling.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief