Liturgie en zending (1)
1990-10-26
Inleiding- Jaargang 34
- nummer 22
Zondags in de kerk wordt er voor de zending gebeden; regelmatig is er een zendingskollekte; en soms gaat de preek over zending. Dat is zo ongeveer alles wat liturgie en zending voor ons gevoel met elkaar te maken hebben. De ene dominee is ook wat meer zendingsgevoelig dan de andere; dat maakt ook wel verschil uit in de zondagse kerkdienst.
Veel meer zullen veel mensen niet weten te zeggen over de relatie tussen liturgie en zending.
Toch valt er meer te zeggen over die relatie, en daar zou ik een paar artikelen aan willen wijden. Het is mijn overtuiging dat zending gefundeerd is in en opkomt uit de zondagse eredienst. Allereerst wil ik daar een paar praktische voorbeelden van geven.
Votum en Groet
Iedereen weet hoe een kerkdienst begint: Onze hulp is in de naam van de Heere die hemel en aarde gemaakt heeft. Genade zij u en vrede van God onze Vader en onze Heere Jezus Christus in de gemeenschap van de Heilige Geest. Amen. Of woorden van gelijke strekking. Let u eens op die woorden die hemel en aarde gemaakt heeft. Onze plaatselijke kerkdienst wordt hier in de wijdst mogelijke ruimte gezet, die van hemel en aarde. Op het moment dat wij ergens in Nederland bijeen zijn, is men wereldwijd niet alleen, maar ook in de hemel samen in lofprijzing en aanbidding. We nemen 's zondags deel aan een wereldwijde eredienst samen ook met zwarteqerneenten in Afrika of bruine in India. Votum en groet zetten ons van het eerste begin in de ruimte van de wereldwijde gemeenschap van Gods kinderen. Dit moet ons bepalen bij de zendingsopdracht: overal wil God aanbeden en geprezen worden door mensen die in Zijn naam bijeen vergaderd zijn. De God die ons in Nederland ontmoeten wil, wil zijn kinderen ook ontmoeten in Nieuw Guinea of Brazilië. Maar God gebruikt ons om die ontmoeting mogelijk te maken in streken waar dat rfog niet gebeurt. Het aanbidden van de Schepper van hemel en aarde in de zondagse eredienst schept verplichtingen, die ons bij de zendingsopdracht bepalen moeten.
Lofprijzing
Er wordt als het goed is wat afgezongen in een kerkdienst. Ik las eens over een predikant die aan de liturgische kant van de eredienst weinig aandacht schonk, omdat hij haast had om bij de preek uit te komen.
Hoe belangrijk de preek ook is, en ik kom er nog op terug, in de eredienst behoren we die haast niet te kennen.
We moeten de tijd nemen om God te loven en te prijzen in psalm en lied, ondersteund met alle muziekinstrumenten die bijbels (Ps. 150!) maar geoorloofd zijn, afgezien nog van rijdans en koorzang.
Bedenken we wel eens dat op het moment dat we in ons eigen land psalmen zingen, anderen dat elders in de wereld ook doen? We vormen in onze plaatselijke gemeente een onderdeel van dat wereldwijde koor dat God zondags lof toezingt. God troont op de lofzangen van Israël, staat er ergens. Inderdaad, op de lofzangen van zijn wereldkerk troont de God van hemel en aarde die in Christus onze Vader is. Het zingen van psalmen en gezangen tijdens de kerkdienst verbindt ons met de broederschap in Natal, in Polen of Roemenië of in Spanje of waar ook maar. En er zijn nog veel plaatsen open in dit koor. Vooral de bassen en tenoren zijn duidelijk onderbezet.
Die plaatsen moeten bezet worden.
Wij als koorleden moeten ons best doen anderen uit te nodigen met ons mee te zingen in dit koor zonder grenzen. Of onze zondagse lofzang ons ook bij zending bepaalt!
De kollekte
Heeft de kollekte ook met zending te maken?
In de kollekte gaat het om de dienst der offeranden. Het is een dankoffer voor het ontvangen heil, zoals dat ons wordt aangereikt door middel van de prediking en de sakramenten, ten behoeve van het Koninkrijk van God. Het gaat er maar niet om wat geld te geven voor goede doeleinden.
De kollekte is zo een zeer wezenlijk onderdeel van de eredienst, waarin we onze liefde voor God en zijn Koninkrijk tot uitdrukking brengen.
Uiteraard is het hoofdzakelijk een symbolisch gebaar, zo'n kollekte.
We zijn financieel natuurlijk niet klaar met geld in een kollektezak te stoppen. Kollekten voor de instandhouding van het kerkelijk leven moeten worden gevolgd door het geven van Vaste Vrijwillige Bijdragen; di·akonale kollekten moeten ons stimuleren ons diakonaal ook in te zetten voor Gods Koninkrijk; een zendingskollekte moet leiden tot het regelmatig overmaken van bijdragen voor zendingswerk. De dienst van de offeranden in de eredienst is het begin van onze dienst door de week.
In de kerkdienst iets in de kollektezak doen betekent niet dat we verder nu van onze financiële verplichtingen in kerk en Koninkrijk af zijn.
En omdat zonder kerk er geen zending is, hebben alle kollekten ten dienste van het gemeentelijke en kerkverbandelijke leven ook een zendingsaspect. Alle kollekten ten dienste van het Koninkrijk van God hebben indirekt of direkt ook met zending te maken. Wie in de eredienst God zijn dank offert voor het ontvangen heil, kan niet anders dan door de week in zendingswerk, in de breedste zin, geïnteresseerd zijn.
Het probleem is dat we vaak zo oppervlakkig een kerkdienst meemaken.
We zijn zo vaak totaal onbewust van waar het allemaal om gaat in de eredienst, waarin God zijn gemeente wil ontmoeten, en waarin ook de kollekte een diepe betekenis heeft.
Wie God in de dienst dank offert, zal zich elke dag van de week als een levend dankoffer Hem moeten toewijden, wat uitkomt in konkrete inzet voor zijn Koninkrijk, ook voor de zending.
Voorlopige konklusie
Liturgie en zending hebben veel meer met elkaar te maken dan we op het eerste gezicht zouden denken.
Dat wil ik de volgende maal nog duidelijk maken aan de hand van prediking en sakramenten. In een laatste artikel wil ik dan tenslotte aan deze fundamentele relatie tussen zending en liturgie een aantal konkrete voorstellen ontlenen voor een meer zendingsgerichte inrichting van onze zondagse eredienst.