Eenheid in verscheidenheid

0

In vrijwel iedere brief van Paulus wordt de gemeente aan wie hij schrijft opgeroepen de eenheid te bewaren en elkaar te verdragen. Blijkbaar waren er nogal wat verschillen binnen de apostolische kerk. Niet slechts in de persoonlijke sfeer, maar vooral ook over de kerkelijke koers, de relatie tussen mensen van verschillende afkomst (Joods of niet-Joods) en de praktijk van het christelijk leven. Hoe bewaarde men de eenheid in al die verscheidenheid? En welke weg wijst het Nieuwe Testament inzake omgaan met diversiteit in de kerk?

Petrus en Paulus in discussie over de tafelgemeenschap tussen Joodse en niet-Joodse christenen. (beeld Mikhail Zahranichny/Shutterstock)

Petrus en Paulus in discussie over de tafelgemeenschap tussen Joodse en niet-Joodse christenen. (beeld Mikhail Zahranichny/Shutterstock)

Vaak hebben we van de eerste christelijke gemeente een ideaalplaatje in ons hoofd. Konden we maar terug naar het begin! Wat het boek Handelingen vertelt over de ‘gemeenschappelijkheid’ van de moederkerk in Jeruzalem spreekt natuurlijk enorm aan. Maar dat is niet het hele verhaal. Er moet meteen al een enorme diversiteit geweest zijn. De gemeente bestond immers uit duizenden mensen, afkomstig uit alle windstreken en van huis uit verschillende talen sprekend.

Op een gegeven moment spitst de diversiteit in Jeruzalem zich toe op het verschil tussen Hebreeuws- en Arameessprekende autochtonen en Griekssprekende immigranten uit de diaspora. Taalverschil gaat meestal gepaard met cultuurverschil. Men signaleert achterstelling van ‘hellenistische’ immigrantenweduwen bij de maaltijden die dagelijks worden georganiseerd als een vorm van armenzorg. Dat leidt tot ‘gemopper’, zoals onder het volk Israël in de woestijntijd. Maar er is geen verschil qua overtuiging, want iedereen is Joods en heeft zich laten dopen op de naam van Jezus de messias. Het gaat om een praktisch probleem.

Bij een praktisch probleem past een functionele oplossing. Naast de groep van twaalf apostelen onder leiding van Petrus wordt nóg een bestuurscollege ingesteld, namelijk van zeven mannen uit de Griekstalige gemeenschap. Het zijn geen diakenen zoals wij die tegenwoordig kennen, want dit college is uniek gebleven voor de situatie in Jeruzalem, maar zij zetten zich wel in om het diaconaat van de gemeente evenwichtiger te laten verlopen. Zo wordt voorkomen dat culturele verschillen de groeiende geloofsgemeenschap opbreken.

Nadat de apostelen om veiligheidsredenen Jeruzalem hadden moeten verlaten, komt de gemeente onder leiding te staan van ‘Jakobus en de oudsten’. Nergens lezen we dat die oudsten werden verkozen of aangesteld, ze waren er gewoon. Waarschijnlijk behoorden zij tot de oorspronkelijke volgelingen van Jezus. Ook zij vormen samen een bestuurscollege, zowel voor materiële als voor geestelijke zaken. Goede leiding bewaart de eenheid.

Nijpend

Na verloop van tijd ontstaat naast de moederkerk in Jeruzalem een zelfstandige dochtergemeente in Antiochië, onder leiding van profeten en leraars. Moeder en dochter liepen het risico uiteen te groeien. Allebei hadden zij hun eigen karakter: Jeruzalem exclusief Joods, Antiochië daarnaast ook niet-Joods. Maar het boek Handelingen maakt duidelijk dat deze twee gemeenten bewust samen hun weg zochten.

Voortdurend hield men contact door afgevaardigden te sturen. Verschillende profeten uit Jeruzalem reisden naar Antiochië om daar hun boodschap door te geven of een rondzendbrief toe te lichten. Antiochië besloot Jeruzalem financieel te ondersteunen toen zich in Judea een hongersnood voordeed. De dochtergemeente werd de uitvalsbasis voor alle missionaire reizen van Paulus; maar hoewel hij zelf niet afkomstig was uit de moederkerk, waren zijn missionaire collega’s van het begin dat wel – Barnabas, Johannes Marcus en Silas. De evangelieverkondiging onder de volken werd dus geen Antiocheense dochteronderneming, maar bleef verankerd aan Jeruzalem.

Wat is onopgeefbaar en wat niet? Het antwoord stond niet bij voorbaat vast

Vanuit Antiochië wordt een nijpende kwestie voorgelegd aan de apostelen en de oudsten. Hoe om te gaan met niet-Joden die tot geloof komen? Moeten zulke christelijke nieuwkomers niet besneden worden?

Op een speciale vergadering in Jeruzalem zijn aanvankelijk heftige meningsverschillen te horen (Handelingen 15:7), maar na toespraken van Petrus en Jakobus komt men tot een gezamenlijk besluit: niet-Joden hoeven geen Jood te worden om bij de God van Israël te kunnen horen, maar zij moeten wel radicaal breken met de wereld van de afgoden. Dit besluit wordt niet alleen per brief naar Antiochië gestuurd, maar ook ter kennis gebracht van alle gemeenten die tijdens de eerste zendingsreis gesticht waren. Zo is op een cruciaal moment in de heilsgeschiedenis voorkomen dat er twee christelijke kerken zouden ontstaan: een Joods en niet-Joods christendom, naast elkaar of zelfs los van elkaar.

De onderliggende vraag luidde: wat is onopgeefbaar en wat niet? Het antwoord stond niet bij voorbaat vast. Bij alle verschil van inzicht zocht men gezamenlijk naar de beste weg, aan de hand van de recente ontwikkelingen en bij het licht van de Schrift.

Voormannen

De apostel Paulus sloeg letterlijk en figuurlijk nieuwe wegen in. Tegelijk deed hij alle moeite om de band met de moederkerk te bewaren. Zo nam hij de tijd om de Jeruzalemse gemeente op doorreis te bezoeken (Handelingen 18:22) en maakte hij later haast om tijdens het pinksterfeest in de heilige stad te zijn, mét de opbrengst van de collecte die hij had georganiseerd in Macedonië en Achaje, maar ook in Galatië. Dat was namelijk wat hij de niet-Joodse gemeenten op het hart gedrukt had: jullie hebben een ereschuld aan de armlastige moederkerk, waar alles begonnen is. Geestelijke hulp moet nu worden vergolden met geldelijke steun. Maak jullie blijvende verbondenheid met Jeruzalem tastbaar. Zoals een dochter die zelfstandig gaat wonen voortaan eigen keuzes maakt, maar zonder te vergeten wat ze van haar moeder heeft geleerd.

In Galaten 1-2 reflecteert Paulus op zijn relatie met de moederkerk. Zijn missie onder de volken begon in Arabië, maar na drie jaar bracht hij een bezoek aan Jeruzalem, waar hij twee weken te gast was bij Kefas (Petrus), als enige van de apostelen. Ze hadden ruim de tijd om samen de betekenis te overwegen van Jezus als messias van Israël en redder van de wereld. Mogelijk heeft Paulus bij deze gelegenheid de avondmaals- en opstandingstraditie ontvangen die hij op zijn beurt weer doorgaf aan de Korintiërs. Verder had hij in Jeruzalem een ontmoeting met Jakobus.

De nieuwtestamentische brieven willen wijsheid en onderscheidingsvermogen bij de lezers activeren

Juist in zijn rol als apostel voor de volken – waarbij hij een zekere onafhankelijkheid kon claimen, omdat hij rechtstreeks vanuit de hemel geroepen was – wilde Paulus niet op eigen houtje opereren. Daarom zocht hij persoonlijk contact met zowel de leider van de apostelen als de leider van de Jeruzalemse gemeente.

Veertien jaar later reisde Paulus opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en met zijn onbesneden medewerker Titus. Toen ontmoette hij de drie ‘steunpilaren’ oftewel voormannen aldaar: Jakobus, Petrus en Johannes. Hij legde met succes verantwoording af van zijn evangelieverkondiging, want Titus hoefde zich niet te laten besnijden. Wel werd de volgende samenwerkingsafspraak met een broederlijke handdruk bekrachtigd: de Jeruzalemse voormannen zouden doorgaan met hun missie onder de Joden, terwijl Paulus en Barnabas onder de heidenen bleven werken. Alleen zou door laatstgenoemden bij de niet-Joodse christenen aandacht worden gevraagd voor de armoede in de moederkerk.

Met deze harmonieuze samenwerking in gedachten moeten we het zogeheten ‘incident te Antiochië’ lezen. Paulus protesteert fel wanneer Petrus zich laat intimideren door ‘mensen uit de kring van Jakobus’. Punt in geding is de tafelgemeenschap tussen Joodse en niet-Joodse christenen. Eerst at Petrus samen met zijn onbesneden broeders en zusters, maar plotseling trekt hij zich van die gemeenschappelijke maaltijden terug ‘uit vrees voor de besnedenen’: zijn Joodse volksgenoten. Zijn angstvalligheid slaat over op de Joodse christenen uit Antiochië. Zelfs Barnabas laat zich meeslepen door wat Paulus ronduit als huichelarij betitelt.

Broeders moeten elkaar de waarheid kunnen zeggen. Toch rijst de vraag of Paulus zijn verwijten niet te zwaar heeft aangezet, omdat hij het voorval als een principiële kwestie opvatte. Was de kern van het evangelie werkelijk in het geding? We weten helaas niet hoe Petrus heeft gereageerd op de aantijgingen van zijn collega-apostel. Vermoedelijk wilde hij in Antiochië vooral een strategische zet doen, rekening houdend met de gevoelens van zijn mede-Joden. Dat ook niet-Joden de Geest kunnen ontvangen, had Petrus zelf meegemaakt in het huis van Cornelius, dus hij begreep best wat Paulus bewoog. En het geeft te denken dat iemand als Barnabas, bruggenbouwer bij uitstek, de strategie van Petrus steunde.

Hoe dan ook, dit was een incident, niet meer en niet minder. Tot een breuk kwam het niet. Paulus vervolgt in de wij-vorm: ‘Als geboren Joden weten wij dat niemand gerechtvaardigd wordt door wetswerken, maar alleen door geloof in Jezus Christus’ (Galaten 2:15). En later spreekt Petrus respectvol over zijn collega-apostel: ‘Onze geliefde broeder Paulus, die geschreven heeft met de hem geschonken wijsheid’ (2 Petrus 3:15b-16). Goddank zijn deze twee invloedrijke mannen erin geslaagd, ondanks hun verschillende insteek, de apostolische eenheid te bewaren.

Partijvorming

De door Paulus gestichte gemeenten in de volkenwereld waren geen kopieën van Jeruzalem. Ze stonden onder leiding van aangestelde of verkozen oudsten, ondersteund door diakenen/diaconessen. Soms met een medewerker van de apostel als tijdelijke voorganger: Timoteüs in Efeze, Titus op Kreta.

Onder bekeerde heidenen konden zich schurende meningsverschillen voordoen, zoals blijkt uit de brieven die Paulus aan ‘zijn’ gemeenten schreef. Over het onderhouden van de sabbat en andere feestdagen (cultisch), over het wel of niet eten van offervlees en in dat kader de omgang tussen sterken en zwakken (sociaal) en over het al dan niet vegetarisch eten, wel of niet trouwen (ethisch).

Zonder het over alles eens te zijn, zocht men eensgezindheid in verbinding met de Heer

Onder de Korintiërs was zelfs partijvorming – Paulus en Petrus werden tegen elkaar uitgespeeld. Maar Paulus schrijft: is Christus soms in stukken te verdelen? Weg met alle ruzies en scheuringen. Als gemeente ben je samen zijn ene lichaam. Toch is het goed dat er meningsverschillen en zelfs stromingen zijn, aldus Paulus, als een test of je op een verstandige manier met diversiteit weet om te gaan, door niet jezelf of je eigen groep te verabsoluteren (zo interpreteer ik de ‘ongemakkelijke tekst’ 1 Korintiërs 11:19). Christus is degene die alle gelovigen samenbindt. En Paulus benadrukt dat hij in Korinte hetzelfde evangelie heeft verkondigd als de hooggeachte apostelen uit Jeruzalem.

Vrijwel altijd begint Paulus zijn gemeentebrieven met een dankzegging. Meningsverschillen verhinderen hem niet om zijn niet-Joodse lezers aan te spreken als geroepen heiligen. En als hem bepaalde vraagpunten worden voorgelegd, gaat hij daar serieus op in. Daarbij laat Paulus zich leiden door de richtlijnen uit de Thora en van Jezus zelf, toegepast in telkens nieuwe situaties. Dat gebeurt naar aanleiding van concrete kwesties die zich voordoen.

Dwalingen

In de apostolische kerk moest zich het nodige uitkristalliseren. Tot nu toe ging het in dit artikel over meningsverschillen. Maar soms grenst mening aan dwaling. Zo werd de toekomstige opstanding van de doden door sommigen in twijfel getrokken. Hoe tolerant mogen christenen zijn? Dat was niet voor iedereen even duidelijk. Daarom willen de nieuwtestamentische brieven wijsheid en onderscheidingsvermogen bij de lezers activeren.

Heftige problemen deden zich voor onder Joodse christenen, zoals blijkt uit de brieven van Jakobus en Judas. Respectievelijk: niet de daad bij het woord voegen of zich laten misleiden door lieden die de gemeente waren binnengeslopen.

Vooral gemeenten van bekeerde heidenen kregen met dwaalleraars te maken. Hun opvattingen laten zich moeilijk reconstrueren, omdat die in de brieven nauwelijks gespecificeerd worden. Ook dwaalleer kent blijkbaar een grote mate van diversiteit, met als gemeenschappelijke noemer dat Christus werd losgelaten, door gedrag en/of door opvattingen, zodat het christendom in diskrediet dreigde te raken. Bijvoorbeeld in Efeze en op Kreta, zo blijkt uit Paulus’ brieven aan Timoteüs en Titus. Daarin noemt hij de drie gevaarlijkste dwaalleraars bij name: Hymeneüs, Alexander en Filetus. Hier stuiten we op de grenzen van kerkelijke tolerantie.

In heel Klein-Azië, smeltkroes van religieuze stromingen, propageren dwaalleraars die niet van een goddelijk oordeel willen weten hun vrijgevochten levensstijl, aldus de tweede brief van Petrus. De situatie daar bleef problematisch. Johannes moet in zijn brieven ernstig waarschuwen tegen het denkbeeld dat Jezus Christus een soort Godmens zou zijn. Er waren ‘antichristen’ opgestaan binnen de geloofsgemeenschap en dat had tot een breuk geleid. Ene Diotrefes maakte zich schuldig aan machtsmisbruik door mensen uit zijn gemeente te verstoten. Elk van de zeven gemeenten in Klein-Azië kende forse spanningen (Openbaring 2-3). Toch krijgen zij allemaal een compliment van de verhoogde Christus. Hij waardeert hun strijd om het Woord te bewaren.

Terugkijkend zien we een gevarieerde geloofsgemeenschap wereldwijd worstelen om bij Christus te blijven. Samen op weg was het devies. Zonder het over alles eens te zijn, zocht men eensgezindheid in verbinding met de Heer: gemotiveerd door de gezindheid van Christus (Filippenzen 2:1-11 en 4:2). Meningsverschillen werden overbrugd, dwalingen weersproken. Soms bedacht men praktische oplossingen, soms moesten principiële keuzes worden gemaakt. Altijd was het onderwijs van Christus en de apostelen richtinggevend. Zo kon de christelijke kerk van de eerste eeuw in alle verscheidenheid een eenheid blijven.

Leestips

Voor de onderbouwing van zijn artikel verwijst Rob van Houwelingen naar eerdere publicaties van zijn hand:

  • ‘Het apostolische evangelie vanuit Jeruzalem’, deel 1 in: Apostelen. Dragers van een spraakmakend evangelie, Kampen (Kok), 2010, derde druk 2013.
  • ‘Een verdeelde gemeente onder het oordeel?’ in: Ongemakkelijke teksten van Paulus, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn) 2012. Een eerdere versie hiervan is verschenen in Nader Bekeken 19 (2012), online te raadplegen via www.woordenwereld.nl/files/geregistreerd/NaderBekeken2012/NB%20april%202012.pdf.
  • ‘Het besluit van Jeruzalem en ons vleesmenu: Handelingen 15 in heilshistorisch perspectief gelezen’, in: G.C. den Hertog e.a. (red.), Acta. Bundel ter gelegenheid van het afscheid van prof.dr. T.M. Hofman als hoogleraar aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, Heerenveen (Groen), 2015.

Een 40-dagenproject voor gemeenten: Dorine Heij (red.), Samen één. Omgaan met verschillen in de kerk, Apeldoorn (Vuurbaak), 2013.

Een boek dat inzicht geeft in de oorzaken van conflicten in kerkelijke situaties en hoe je ermee kunt omgaan: Eddy de Pender, Vrede stichten in de kerk, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2014.

Een boek over een ‘motiverende gespreksvoering, vertaald naar gemeente en kerk': Bart Bakker, Luisteren 2.0. Anderen tevoorschijn luisteren, Houten (Ekklesia), 2013.

Leendert de Jong e.a., Handboek voor kerkelijke communicatie, Amsterdam (Buijten en Schipperheijn), 2016.

Webtips

Ook OnderWeg nummer 2 van 2015 ging over omgaan met diversiteit in de kerk:
www.onderwegonline.nl/2771-om-de-eenheid-van-de-kerk-lang-leve-de-diversiteit
www.onderwegonline.nl/2777-rene-de-reuver-verschillen-kunnen-voor-ongekende-verdieping-zorgen
www.onderwegonline.nl/2787-uitwassen-van-diversiteit-de-gebrokenheid-en-face

Freddy Gerkema, ‘Souplesse met de Heer voor ogen’. Artikel in Opbouw en De Reformatie over de manier waarop Paulus met verschillen in de kerk omging: www.opbouwonline.nl/artikel.php?id=17358.

Ds. Jelle de Kok (Leven bij de Bron) geeft cursussen en trainingen in het omgaan met verschillen in de kerk. Zie www.tukampen.nl/cursus-pep/vruchtbaar-omgaan-met-verschillen-training en cip.nl/57281-zo-kun-je-vruchtbaar-omgaan-met-verschillen-in-de-kerk.

Cor van der Leest, ‘Omgaan met verschillen in de GKv': www.corvanderleest.nl/wp-content/uploads/2015/05/CvdL-Omgaan-met-verschillen.pdf.

Het eerste rapport van GKv-deputaten M/V en ambt wijst wegen voor het gemeentelijke gesprek over pijnpunten bij dit thema. Zie www.onderwegonline.nl/wp-content/uploads/2016/10/23-MVEA-2e-rapport-beleidsrapport-2017-def.pdf.

De toerustingscentra van de GKv en de NGK bieden gemeenten ondersteuning bij het omgaan met verschillen: www.praktijkcentrum.org/wp-content/uploads/2013/09/Bijbelstudie-diversiteit.pdf en ngk.nl/toerusting/trainers-coaches.

Delen.

Over de auteur

Rob van Houwelingen is hoogleraar Nieuwe Testament aan de Theologische Universiteit in Kampen en lid van de brede redactie van OnderWeg.

Laat een reactie achter