Afscheid nemen van roomse tijden en wetten

0

Naar aanleiding van het artikel ‘Het geheimenis van Israël’ raakten Koert van Bekkum, auteur van het artikel, en Wouter Jan van den Berg, lezer van OnderWeg, met elkaar in gesprek over het vieren van Joodse feesten. Een laatste reactie van Van den Berg.

In mijn reactie op het stuk van Koert van Bekkum getiteld ‘Het geheimenis van Israël’ gaf ik aan me goed te kunnen verplaatsen in de wijze waarop hij ‘het Israëlvraagstuk benadert’, vooral door het stellen van vragen en het ter discussie stellen van eerdere standpunten als de tweewegenleer, waarbij messiasbelijdende Joden en dito heidenen elk hun eigen weg zouden moeten vinden naar de Vader, of erger nog, het vervangingsdenken, waarbij de kerk in de plaats van Israël zou zijn gekomen.

Het stuk stemde hoopvol, maar miste toch een volgende, niet te vermijden stap. Als er maar één weg is, dan moeten we elkaar toch proberen te zoeken en te vinden op die ene weg als gelovigen uit de heidenen en uit de Joden? Vandaar dat ik mijn reactie afsloot met een oproep:

‘Ik wil u, meneer Van Bekkum, ik wil de vrijgemaakte, nee, ik wil alle gelovigen vragen om juist in dit jubileumjaar van 500 jaar Reformatie (…) serieus na te denken over het nog meer afscheid nemen van roomse, Griekse en wereldse denkwijzen en praktijken [zoals de zondag en 25 december, van oorsprong heidense feestdagen, WJvdB].

Wat houdt u toch tegen om terug te keren naar de Bijbelse, door God ingestelde tijden en feesten? U gelooft toch niet stiekem dat Yeshua, want zo luidt zijn Hebreeuwse naam, de wet heeft afgeschaft? Hijzelf heeft immers gezegd: ‘Meent niet dat ik gekomen ben om de wet en de profeten af te schaffen, maar ze te vervullen’ (Mattëus 5:17-20). Anders gezegd, Hij heeft ons niet bevrijd van de wet zelf, maar van de vloek van de wet (Galaten 3:13). Hoe kan God anders zelf zeggen dat Hij zijn wet in ons hart zal schrijven (Jeremia 31:33, Hebreeën 10:16)?

In zijn reactie schreef Koert van Bekkum:

1. Feesten als de sabbat en Pesach zijn Joodse feesten, die niet voor ons bedoeld zijn.

2. Het vieren ervan getuigt van een gebrek aan respect voor de Joden; zij zitten hier niet op te wachten.

3. Het vieren van feest op van oorsprong heidense feestdagen is niet nieuw, dat gebeurde ook al in het Oude Testament, toen van oorsprong heidense oogstfeesten door God van een nieuwe betekenis werden voorzien. Dus mogen wij dat ook. Van Bekkum wil de christelijke vrijheid om dat te doen niet opgeven. Hij verwijst hierbij ook naar twee Bijbelgedeeltes als hij zegt: ‘Niet voor niets schrijft Paulus in Kolossenzen 2:17: “Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken of het vieren van feestdagen, nieuwe maan en sabbat. Dit alles is slechts een schaduw van wat komt – de werkelijkheid is Christus.” En in Romeinen 14:5 stelt hij: “De één beschouwt bepaalde dagen als een feestdag, voor de ander zijn alle dagen gelijk. Laat iedereen zijn eigen overtuiging volgen.”’

Ik kan daar als volgt op reageren.

1. Bepleit Van Bekkum dus toch een tweewegenleer?

2. Tja, misschien kan de gelijkenis van de verloren zoon ons hierbij helpen? Zoals we weten, stond de oudste zoon ook niet te juichen toen de jongste zoon terugkeerde naar het huis van de Vader. Had dat de jongste zoon moeten weerhouden om terug te keren naar het huis en de daar geldende regels van de Vader? Het jodendom kent geen historie van evangelisatie en het erbij halen van nieuwe gelovigen, maar lijkt eerder barrières op te werpen, ook al is dat niet Bijbels, niet hoe God vanaf het begin al werkt. We zien bij de uittocht uit Egypte al dat volk van allerlei slag meetrok met Israël en dus ook gerekend werd tot het volk van God, tot zijn verbondsvolk, toen het ja zei tegen God en zijn geboden bij de berg Sinai.

3. Wat Koert van Bekkum dus tegenhoudt om terug te keren naar Bijbelse feesten, is zijn onopgeefbare christelijke vrijheid. Het is toch wat? Zelfs als het zo is dat God, die wetgever is, van oorsprong heidense feesten en gebruiken ‘gekerstend’ zou hebben, geeft ons dat dan het recht dat ook te doen? Wat betekent dat voor de positie die wij denken in te nemen? Willen we als God zijn? Waar heb ik dat eerder gehoord?!

Wat betreft de door Van Bekkum aangehaalde teksten kan ik twee dingen zeggen:

A) De door hem aangehaalde teksten lijken zijn standpunt te staven, maar doen ze dat ook? Wat als het woordje ‘slechts’ er nu eens niet staat? En dat is ook zo in veel vertalingen. En ook: wat als er, zoals hij zelf ook aangeeft, nog een werkelijkheid komt? Waarom dan niet de verwachting aan die werkelijkheid levend houden door het vieren van zijn feesten (die deels al een andere kleur, een vollere betekenis hebben gekregen door de vervulling door Yeshua, zoals het Pesachfeest dat we nu tot zijn gedachtenis mogen vieren)? Inderdaad, laat niemand, dus ook de heer Van Bekkum niet, mij oordelen als ik deze feesten wil vieren!

Van Bekkums uitleg over Romeinen is mogelijk nog zwakker. Paulus spreekt daar over mensen die wel of geen vlees eten en vraagt de vleeseter rekening te houden met de zwakkere die enkel plantaardig wil eten. Ook ben je wat hem betreft natuurlijk volledig vrij om op welke dag dan ook vlees te eten/aan een bepaalde dag te hechten. Natuurlijk zijn er grijze gebieden waar het wijsheid van ons vraagt en vooral veel liefde om te weten wat we moeten doen.

B) Van Bekkum en ik lezen net als ieder ander de Bijbel door een bepaalde bril. Ik heb afscheid genomen van het negatief denken over schaduwen van de volheid in Christus, Van Bekkum niet, zo het lijkt. Zijn christelijke vrijheid is hem heilig. Zolang hij deze bril op blijft houden, blijft het lastig en zal hij telkens weer andere teksten vinden die zijn gelijk lijken te staven. Ik zeg dat met veel begrip! Het heeft mij ook veel tijd gekost om afscheid te nemen van een bepaald denken en een bepaalde sleutel om de Schrift te interpreteren.

Er zijn ook veel teksten die je opnieuw moet leren lezen, veel teksten die verkeerd vertaald zijn of er zelfs later aan toegevoegd zijn. Nog ervaar ik die worsteling. Maar ik heb er ook verdriet van dat zo veel waarheden zo lang bewust onderdrukt zijn en dat Gods Woord is verdraaid en zijn tijden en wet zijn veranderd. U weet toch wel hoe God degene noemt die dat, naast een hoop andere onverkwikkelijke dingen, doet (zie Daniël 7:25)? Welke geest dat is? Wilt u serieus ook leven vanuit die geest die ingaat tegen zijn Woord? Dat kan ik niet geloven! Dus… laten we in het jaar van 500 jaar Reformatie nog meer afscheid nemen van roomse tijden en wetten die niet anders zijn dan regels van mensen. Wat let u?

Sjalom!

Wouter Jan van den Berg, Warffum

Delen.

Over de auteur

Reacties zijn gesloten.